Posts tonen met het label geuze. Alle posts tonen
Posts tonen met het label geuze. Alle posts tonen

dinsdag 26 juli 2022

Plat bier, platte kaas

Dag drie van ons Belgisch bierverblijf in Pajottenland (dag 1 vind je hier en dag 2 vind je hier).

Na weer een goede nachtrust togen we naar beneden voor een perfect ontbijtje. Dit keer hielden we ons in, dus kwamen we wat fitter van tafel. Eerst naar Gooik, voor de gisteren gekochte De Cam bieren. Karel appte dat het klaarstond bij zijn ouders voor de deur, en dat we het gewoon konden meepakken. Als bedankje lieten we er een pakje stroopwafels achter. 

Na een kort intermezzo met de auto om een falende fietsendrager te vervangen konden we aan het eind van de ochtend de fietsen weer aantrappen.  Dit keer reden we een een rondje noordwaarts, en toen naar Ternat. Het is een echt een heerlijke streek om te fietsen, al gaan de hobbels zonder elektrische hulp wel ten koste van je actieradius. Een korte blik op de (op maandag niet voor bezoek geopende) brouwerij De Troch en daarna weer richting Eizeringen. 


We namen een stuk mountainbikeroute, dwaalden weer wat rond en kozen verder toch voor de gewone fietsknooppunten, richting Café Den Haas. Dat bleek een heerlijke plek, met een grasveldje vol ruim opgezette parasols en tafels, en een heel vriendelijke bediening. We kregen direct de gelegenheid een paar geuzes en vooral, boterhammen platte kaas te bestellen: de klassieke begeleider van lambiek en geuze. Dat bleken lange, wit/rogge-achtige boterhammen met  in ons geval hesp,  platte kaas en 'kop'. De kop was een soort niet-zo-zure-zure-zult, en erg lekker. 



Het geheel werd met bosui, bieslook, radijs, tomaat, komkommer, augurkjes en zilveruitjes geserveerd en smaakte perfect bij de bieren. We dronken er dan ook een aantal:

- Geuze De Cam (lekker natuurlijk)
- Geuze Prematuur Eylenbos. De "prematuur" sloeg op het feit dat Eylenbos, een nieuw leven ingeblazen brouwerij, nog geen 3 en 2 jaar oude lambiek had, en daarvoor lambieken van de Troch had gebruikt.
- Geuze 3 Fonteijnen
- Kriek Girardin. Uitmuntend goed. Helaas hadden we die niet bij de brouwerij gekocht.

En, zoals altijd op een leuk terras - je leert nog eens wat. Het stel voor ons, dat niet direct vriendelijk leek, bleek dat wel: toen ze ons zagen kijken naar het "platbolspel" dat hier door de wat oudere locals werd gespeeld werd dat direct en uitvoerig uitgelegd. 


Daarmee kwam eindelijk een einde aan ons lange geuzeweekend. Verveelt het na 3 dagen? Nee, zeker niet, de variatie in de lambiek-, geuze-, kriek en andere fruitbieren is groot, en zeker met zomers weer kun je wel blijven proeven. Voor onze gezondheid was het echter wel mooi zo.

Toch was het niet helemaal gebeurd met de Belgische bierbelevenissen: op weg naar Normandië zouden we nauwelijks hoeven omrijden voor een bezoekje aan Brasserie Dupont. Daarvan heb ik, naast Orval, altijd wel een kratje in huis, dus dat wilde ik niet missen. We vonden het met gemak, maar in tegenstelling tot wat ik verwachtte troffen we geen middelgrote industrieel ogende brouwerij, maar een uit de kluiten gewassen dorpsstraat met allemaal bakstenen gebouwen, in dorpse/boerenstijl. Over die  gebouwen was de brouwerij verdeeld. 


Na een bezoek aan de winkel voor wat bieren en snuisterijen liepen we langs de gebouwen, en vroegen aan de receptie of het klopte dat er maandag geen bezoek mogelijk was. Dat klopte, maar een beetje rondlopen was geen probleem. Toen we bij de brouwerij zelf naar binnen keken keek een brouwer met grote densimeter in zijn hand terug, zwaaide eens wat en vroeg we soms de brouwerij even in wilden. Ja, natuurlijk. 

De brouwerij was vol in bedrijf, via twee enorme gasvlammen werden twee koperen 50HL ketels verhit, de maischketels. Er werden twee biobieren gebrouwen, de Moinette en de Saison bio. We kregen nog wat uitleg, maar hebben ze natuurlijk niet te lang van het werk gehouden. 



Buiten aaiden we nog even de aanwezige ezels en reden we, met weer een toffe zythologische ervaring achter de kiezen, richting La Douce France.  Hebben we daar ook nog wat bierigs meegemaakt? Vast wel, daarover later meer. 


maandag 18 juli 2022

Goed verzekerd

Dag twee van ons Belgisch bierverblijf in Pajottenland (dag 1 vind je hier).

Vandaag was het tijd voor de reden van onze keus voor deze regio: een bezoek aan "Café In De Verzekering tegen de Grote Dorst". Dit kleine café is een bedevaartsoord voor de zuurbierliefhebber, met een enorme keuze aan geuzes en, moeilijker elders te vinden, een groot aanbod aan lambieken. Het is een tijdje 'het beste café van de wereld' geweest op Ratebeer (met dank aan stemmende Amerikanen), maar was tot 2017 alleen geopend op zondag van 10:00 tot ongeveer 14:00. De huidige eigenaren hebben dat toen flink opgerekt, tot 20:00, waarmee het even wat makkelijker wordt.


Maar: eerst ontbijten. Er was, naast de locatie en de luxe, een goede reden dat we hadden gekozen voor deze B&B - een spectaculair ontbijt, met een volle tafel aan fruit, beleg, broodjes en nog veel meer, en naar wens een vers gebakken (roer)ei of omelet. Het betekende wel dat we een uurtje moesten bijkomen voor we konden vertrekken, maar dat kwam wel goed uit - de hitte van de dag ervoor was vervangen door regen, en we konden zo mooi wachten tot de ergste buien voorbij waren.

Rond het middaguur waren we het beu en vertrokken we richting de Geuzestekerij De Cam in Gooik. Daarvoor gebruikten we de ook in België aanwezige fietsknooppuntenroute. We hadden gehoopt dat, door die te volgen, het wat mee zou vallen met de àl te steile klimmetjes - dat klopte deels, en het was mooi fietsen, maar soms knap trappen.

De route naar De Cam leidde ons direct al naar Eizeringen en langs De Verzekering, die voor later op de dag op het programma stond. We besloten echter dat, aangezien dit toch wel de reden van ons verblijf hier was, we toch beter konden beginnen met een klein lambiekje. Het was er binnen vol en warm, dus na bewonderen van het smetteloze en mooie interieur verkasten we toch naar buiten. We dronken een klein glaasje Oud Beersel Lambiek met dennentoppen (grappig, niet extreem), een lambiek van Den Herberg Devillé (lekker) en een kriek lambiek van Oud Beersel - fris, zuur, lekker.



Toen door richting Gooik voor de Cam. Halverwege een enthousiaste daling zag ik een bordje naar knooppunt 17 - hop, linksaf. Dat bleek, een heel stuk later, verkeerd- we hadden naar 16 gemoeten. Uiteindelijk zijn flink omgereden via een onaantrekkelijk stuk om te fietsen (in de regen), bekeken vervolgens een kasteel (in de regen én in de zon) en reden weer fout. Maar uiteindelijk belandden we bij de Cam waar een vrolijke Karel al aan zijn voorraad bezig was, maar vooral veel liet proeven.


In Karel herkenden we veel andere brouwers - bevlogen, een uitgesproken mening over hoe het moet, vol van kennis, enthousiast en gul met proefglazen uit het vat of de tank. We kregen 'normale' lambiek, lambiek met frambozen en een lambiek met kweepeer te proeven. We kochten er een aantal bieren (een aantal fruitbieren, een grote fles geuze en een appellambiek), én een mandje! Gelukkig konden we het de volgende dag met de auto komen afhalen bij zijn ouders.


Ondanks dat hij niet door Karel werd aangeraden was volkscafé de Cam (tegenover de brouwerij, maar zijn lambiek was 'net op') prima voor ons doel - een tamelijk lokale en vooral lekker warme stevige maaltijd. We aten er pensen: zwarte pens (bloedworst) en grijze pens. In die laatste zat geen bloed ('voor de mensen die daar schrik van hebben') maar wel varkenslong. Ik weet niet wat in Nederland beter zou verkopen. Het spreekt vast niet iedereen aan, maar wij vonden het erg lekker.


Voldaan (met de nadruk op 'vol') trapten we hem weer af. Redelijk dezelfde weg terug, naar Eizeringen, dit maal zonder ongewenste omwegen. De Verzekering bleek nog open en het was niet meer zo heet binnen, dus zetten we ons daar neer. We genoten van de atmosfeer, mede dankzij de zeer vriendelijke eigenaar en (de verhalen van) diens ouders. We leerden er van alles en dronken er, vooruit, nog maar wat bier: een lambiek van Boon (wat zoetig, maar 'mals'), een Oud Beersel rabarber (vooral droog zurig) en een Tilquin Myrtille Sauvage - die was vrij zuur en rook vooral sterk naar stal, maar uiteindelijk ook bes.


Daar lieten we het bij, en we reden naar huis. Na de grote en late middagmaaltijd hadden we geen echte behoefte meer aan een maaltijd, toch liet ik me een Bickyburger aansmeren - een absolute klassieker in de Belgische frituur, die móest je een keer proberen. Een sneu gefrituurd schijfje van varkens-, kippen- en paardenseparatorvlees met drie sauzen in de 'smaken' rood, geel en bruin, een augurkje en wat sloffe gefrituurde uitjes. Volgende keer houd ik het weer bij de frieten.

Via nog een klein omweggetje, dit keer vrijwillig, eindigden we moe maar zéér voldaan bij onze B&B, in de gelukkige wetenschap dat we nog een volle dag Pajottenland voor de boeg hadden. Maar zouden we nog wel zin hebben in nóg meer zuur bier?

Volgende keer meer!


maandag 11 juli 2022

Nemiekst

Het besluit de vakantie in Bretagne te spenderen betekende óók dat een tussenstop wel comfortabel zou zijn, en laat nou net het Pajottenland ongeveer precies op de route liggen... OK, bij lange na niet halverwege, maar dat is op te lossen met nog een extra tussenstopje in Normandië. Een bezoek in het weekend betekent ook nog eens de mogelijkheid tot een bezoek aan het Walhalla van elke zuurbiergek - het iconische "In de Verzekering tegen de Grote Dorst", alleen geopend op zondag. 

We kenden al een luxe B&B op fietsafstand, van waaruit we al eens de Dag van de Lambiek meemaakten in eerdergenoemde café, dus die was snel geboekt. Op zaterdag arriveerden we daar in een zinderende 32 graden en pakten zwetend uit. Daarna maakten we een kort ritje naar Brouwerij Girardin, de brouwer/steker van mijn favoriete geuze. Het is niet de meest hartelijke of gemoedelijke brouwerij (ze zijn nogal druk), maar ik had vooraf al besteld en kon het bier komen ophalen. Omdat zij "Uitzonderlijk gesloten" (dat klinkt héél dicht) waren vanaf 15:00 had dat bij de gratie Gods zelfs maandag gekund, op de horeca-afhaaldag, als we het niet hadden gered. Maar goed, dat hadden we wel. 


Veel tijd voor kletsen of kijken was er niet, ik nam er 6 grote en 6 kleine flessen fond-geuze (zwarte label) mee, voor respectievelijk €3.90 en € 2.10 (!) en keek nog even buiten rond. Van buitenaf zijn ook de koperen ketels te zien, en het geheel doet erg ongepolijst en boers aan. Rondom de boerderij verbouwen ze granen, maar of dat ook voldoende is voor de productie van de bieren betwijfel ik. 


Terug bij de B&B verruilden we de auto voor de fietsjes en we togen de hitte in. Fietsknooppunten  en -routes negerend reden we de kortste (en mogelijk steilste) route naar een veelbelovend café. Onderweg was genoeg moois te zien, de regio ziet er on-Belgisch netjes, schoon en keurig onderhouden uit. Het lijkt dan ook een uitvalsbasis voor vermogende Brusselaren: de prijzen zijn er ook behoorlijk hoog.

Halverwege onze bestemming troffen we een dorpje (St Anna Pede) met een kerkje dat nog door Breughel geschilderd was. Daarnaast een sympathiek ogend dorpscafé met een heerlijk schaduwrijk terrasje. Dat leek ons een mooie plek om even bij te komen en wie weet... ja, natuurlijk hadden ze er een lambiek! En niet zomaar één, maar die van Girardin! De waard zelf was er geen fan van, maar wij vonden het uiteraard top. Het was duidelijk een pleisterplaats van de lokale bevolking, die af- en aanliep. 


Weer op adem gekomen begonnen we aan deel twee van onze bescheiden, maar door de hitte nog vrij heftige tocht naar de gekozen bestemming - café De Spontane Goesting. Daar troffen we een rustig terras, met schaduw, een vriendelijke barman en een uitzonderlijk uitgebreide bierkaart met 'normale' bieren, en een ruime keus aan geuzes. 

Als antwoord op mijn vraag naar iets te eten bleek de optie 'nemiekst'. Ik had geen idee wat 'nemiekst' was, en mijn vragende blik werd beantwoord met een behulpzame 'kosmessallemié'. Dit heb ik de arme man zeker 3x laten herhalen voor het frankstuk viel - Kaas. Met salami. Een 'mixte'. Deju. Lekker. Doe maar.


Op dat terras hielden we het wel even vol, en we hebben ons door aardig wat lekkere bieren heengeslagen, waaronder een HORAL Megablend. Zin om te gaan zoeken naar een restaurant hadden we niet meer (we hadden al begrepen dat op zaterdag aan komen wandelen hier nergens echt een optie was), en de buurfrituur bleek niet alleen bijzonder druk bezocht en goed beoordeeld, we konden het ook nog op het caféterras laten serveren. Haute cuisine - non, maar haute friture toch zeker wel, met huisgemaakte sauzen en prima kaas- en garnalenkroketjes.


Het is natuurlijk niet fatsoenlijk om er dan niet nog een biertje bij te drinken, dus dat deden we dan maar, om vervolgens in de nog steeds hoge temperaturen naar de B&B terug te keren. Daar deed ik op de prettige binnenplaats nog wat inleeswerk voor de volgende dagen. Met, vooruit, een Girardin. 




Wordt vervolgd.

zondag 4 juli 2021

Japanse nieuwe

 Voor het eerst in lange tijd weer eens in het centrum gewinkeld, en daarmee dus ook eindelijk tijd voor een Hollandse Nieuwe. Zoals altijd zijn ze dit jaar weer 'nog lekkerder dan vorig jaar' - een dubieuze claim maar lekker zijn ze absoluut.


Na het genot van de eerste (zo van het staartje), een tweede (op een witte boterham) en misschien ook nog wel een derde is het tijd er ook wat spannenders mee te maken. Een recept dat ik graag maak met rauwe zalm is (met iets minder, want zoute, sojasaus) ook uitzonderlijk lekker: een Japans geïnspireerde tartaar



Qua presentatie is zalm mooier, want de haring is zilver en niet roze, dus een volgende keer probeer ik een kleuriger bord en de tartaar gevormd in een steekring.

Ingrediënten

  • 2 vers schoongemaakte maatjesharing

  • 3 minikomkommers of 10cm komkommer

  • 1 kleine avocado

  • 1 tl sojasaus

  • 1 tl sesamolie

  • 1 tl ume su, rijst- of pruimenazijn

  • 1/2 tl zwarte sesamzaadjes

  • 1/2 tl witte sesamzaadjes

  • 1/2 tl chilivlokken

  • 1/2 tl of iets meer goede wasabi

Bereiding

Schil de komkommer(s) slordig en verwijder de zaadjes. Snijd in blokjes en doe in een bakje met de sojasaus. Snijd de avocado doormidden, verwijder de pit en het vruchtvlees. Snij dat in blokjes en doe er wat ume su of azijn met een beetje zout door. Laat beiden een kwartiertje staan.

Snijd de haring kleine blokjes. Giet de komkommerstukjes af (houd de sojasaus apart). Verdeel de stukjes komkommer en avocado over twee borden borden en verdeel daarover de haring. Meng de sojasaus met de sesamolie en wat wasabi en druppel die over de gerechten. Garneer met de sesamzaadjes en wat chilivlokken of ringetjes verse Spaanse peper.

Serveer met geroosterd witbrood.

Bij deze fusiontartaar dronken we ook een bijzonder en internationaal bier - een Japans/Belgische geuze. Aan dit spontaan vergiste en dus zure bier is shiso-blad toegevoegd, wat een heerlijke fris-kruidige, bijna hartige smaak geeft. Uitstekende combi met de tartaar, natuurlijk. Hou je daar niet van? Neem dan een (eveneens Aziatisch gekruide Saison -Mannenliefde, of een witbier of weizen.

zondag 7 januari 2018

À la bière?!

Jaren terug kampeerden we in Bretagne. En daar (als je niet stug op Nederlandse tijden meegenomen aardappels met Smac naar binnen hebt gewerkt) sta je na het eten met de Franse kampeerders af te wassen, waarbij het, uiteraard, over eten gaat. Zoals eigenlijk bijna altijd, natuurlijk. We hadden net de mosselschelpen weggegooid, dus de conclusie was snel gemaakt - 'Des moules?' Zeker. "Ah, magnifique. À la crème? Au vin blanc? A l'Italienne? Marinière?" "Non, à la bière". Er viel een plastic kopje, en bij de wasbakken aan weerszijden werd het stil. "À quoi!?".

Mosselen met Geuze
We besteedden enige tijd om de aanwezigen te overtuigen dat het toch écht lekker was, met bier. En niet alleen mosselen, maar eigenlijk alle schelpdieren. Preitje, worteltje, uitje, knoflook én een biertje. En het maakt niet eens zoveel uit wat - bij voorkeur blond, dat wel, maar een stout kan ook prima. Zolang het maar niet te zoet, of vooral, te karamellig smaakt. (Ik schreef al eerder over de combinatie met bier en ook die met bokbier, die mij dus totaal niet bevalt). Zuur bier is prima, maar het zuur verdwijnt - dit verbaasde me vroeger een beetje, tot iemand me er eens op wees waar de schelpjes van gemaakt zijn. O ja. Kalk.

Goed, mosselen met bier dus; of eigenlijk, schelpen met bier. Want ook kokkels, alikruken, vongole of scheermessen zijn heerlijk met bier. Het basisrecept is altijd gelijk.




Voor 2 personen

  • 2kg mosselen of 750 gr vongole, kokkels, scheermessen (deel dan de rest door 2)
  • 2 flinke uien, in blokjes
  • 2 wortes, in blokjes
  • 1 flinke prei, in reepjes, gewassen
  • 4 tenen knoflook, grof gesneden
  • wat chilivlokken
  • flinke hand gewassen, gesneden peterselie
  • zout
  • peper
  • 1 flesje bier (mijn voorkeur: Orval, Oude Geuze Boon, Weizen, pils)

Controleer de schelpen. (Zijn ze kapot of staan ze open en gaan ze, ook na even in wat koud water en een tikje op het aanrecht, echt niet dicht? Weg ermee.)

Orval en Vongole


Bak de ui, wortel, prei en knoflook met de chilivlokken in wat olie of boter tot ze glazig zijn. Voeg het bier toe en breng het aan de kook. Met zout en peper op smaak brengen. Kook even goed door tot de groente bijna klaar is. Voeg dan de schelpen toe en roer goed om. Deksel erop, en een minuut of 2 koken. Dan even goed doorschudden. Herhaal dit tot de schelpen allemaal openstaan en ze de gewenste gaarheid bereikt hebben - pas op, dit duurt niet lang, in totaal kook ik ze zelden langer dan 5-8 minuten. Doe de peterselie eroverheen en als je wilt (ja) een flinke klont boter, nog een keer goed doorscheppen en opdienen met stokbrood en / of frietjes.

En die Fransen? Daarvan kwamen er twee een dag of wat later op me af. Ze hadden het geprobeerd hoor, met dat bier, en - "Incroyable!" - dat was nog lekker ook. Ze waren er nóg beduusd van. "À la bière..." hoorde ik nog mompelen, toen ze wegliepen.




zondag 17 april 2016

Mout op hout

Het is al een flinke tijd populair in het lange-baarden-hippe-brouwers-kamp - bier op houten vaten laten rijpen. Zo noem je het natuurlijk niet - de correcte term is barrel aged en eigenlijk heeft een beetje beer geek het alleen over "bie-ee bieren". Je zou denken dat het opslaan in afgeschreven houten vaten die de whiskystoker of sherryboer over heeft een goedkoop truukje is om dure RVS lagervaten overbodig te maken, maar niets is minder waar - die ouwe troep is nog stervensduur ook. Zeker nu elke kleine brouwer wel één of meer houtbieren aanbiedt zijn de vaten slechter verkrijgbaar en dus duurder.
Een sterke line-up

De bieren zelf zijn in de regel ook flink aan de prijs - maar dat is niet zonder reden. Uitzonderingen daargelaten zijn het zwaardere bieren (meestal quadrupels of imperial stouts) die van zichzelf al een hogere prijs hebben. Zoals zojuist genoemd kosten de vaten een lieve duit (met een beetje geluk vindt de brouwer dan wel nog een half flesje whisky onderin het vrijwel lege vat, maar dat is hem dan ook gegund). Vervolgens moeten de bieren geruime tijd rijpen - dit kan maanden duren. Niet alleen kost dat ruimte, tijd en verlies (het "engelendeel" verdwijnt niet alleen bij whisky), je loopt  altijd ook nog risico op mislukking.

Waarom zou je er als brouwer (of bierdrinker) dan aan beginnen? Heel simpel - de meeste houtgelagerde bieren zijn gewoon verschrikkelijk lekker. Bekende Nederlandse brouwerijen die veel met hout doen zijn bijvoorbeeld Jopen, het Uiltje, Emelisse, de Molen en zelfs de grotere brouwerij La Trappe, maar vrijwel iedere kleine ambachtelijke brouwerij in Nederland heeft óf wil wel een barrel aged bier.

Inmiddels mag duidelijk zin - er is bij het brouwen heel wat mogelijk met hout. De combinatie van biertype en houtgebruik bepaalt of het ook een succes wordt. Er kan op onbehandelde of gebruikte eikenhouten vaten worden vergist (dit gebeurt bijvoorbeeld bij de spontaan vergiste lambiekbieren op houten pijpen en foeders) of gerijpt (Vlaams Rood op reusachtige foeders). Bij deze bieren ontstaat de melkzuurinfectie die een typische zure smaak geeft. Meer gebrande bieren (stouts, porters) doen het vaak goed in whisky- of bourbonvaten en voor een zware, zoete quadrupel lenen ook sherry- of portvaten zich. Bij deze zware bieren zal het bier meestal niet verzuren door het hoge alcoholpercentage.

In de meeste gevallen zal het resulterende bier niet hoog in koolzuur zijn en vaak een typische houtsmaak hebben - bijna altijd is de smaak veel complexer dan het basisbier. Onderhand zijn bijna alle houten vaten vogelvrij verklaard - er wordt bier gelagerd in oude sherry-, rode of witte wijn-, port-, calvados en zelfs aquavitvaten. En inmiddels is de cirkel weer rond - er is tegenwoordig ook al whisky en bourbon uit, jawel, biervaten. Nog even er hoeven nooit meer nieuwe vaten gemaakt te worden.

Voor de hele grote brouwerijen, maar ook voor de hobbyist, is het gebruik van vaten moeilijk door de prijs en het lastige formaat (te klein voor grote hoeveelheden, maar ettelijke malen brouwen voor een thuisbrouwer). Daarvoor is gelukkig een oplossing - het gebruik van houtsnippers. Hoewel het natuurlijk een beetje valsspelen is, doet het resultaat vaak niet onder voor het 'echte' lageren op vat. Het dichtst kom je in de buurt door ook gesnipperde oude vaten te gebruiken, maar ook het zelf 'toasten' van houtsnippers is een leuk experiment. Met de juiste roostertijden en -temperaturen kun je de houtsmaak (zoals vanille of juist meer roostersmaken) vrij nauwkeurig bepalen. Ook kun je bij snippers gemakkelijker een mix van houtsoorten gebruiken.

Afgelopen week proefden we bij de Enschedese bierwinkel Stanislaus Brewskowitch zes verschillende houtgelagerde bieren. Hoewel ik al jaren houtgelagerde bieren drink wist eigenaar Rocco te verrassen met een meer diverse reeks dan ik had verwacht: naast de bekendere Imperial Stouts en quadrupels verschenen ook een strong ale en een tripel, beiden zware blonde bieren. De hele reeks gaf perfect aan hoeveel variatie er met dit thema te vinden is:

  1. Pochpoater Triple Olorosso: de houtlagering heeft ervoor gezorgd dat dit bier vrij droog is voor een triple. Ook is er een fris zuurtje te proeven, en een duidelijk honing-/sinaasappelsmaak. 
  2. Katjelam Graftak Old Ale: in dit bier is duidelijk melkzuur te proeven, iets waar Katjelam niet vies van is. Het maakt het een erg fris, smakelijk bier. De houtsmaak is duidelijk aanwezig. 
  3. Jopen Houten Haarlemmer #4: de bijna klassieke houtcombinatie; een Imperial Russian Stout, in dit geval op ongebruikte houten vaten. Mooie bittere brandsmaak, vanilletonen van het hout. 
  4. Pannepot Old Fishermans Ale 2015: een quadrupel met moutige basis en smaken van gedroogd fruit, mooi afgerond door het rijpen op hout.
  5. Crooked Spider Russian Imperial Barrel Aged Christmas Stout: een lange naam, maar daar hoort de "stout" wat mij betreft niet in - veel te weinig brandsmaken. Een complex zwaar bier dat zonder houtlagering waarschijnlijk te zoet en te saai zou zijn.
  6. Harviestoun Ola Dubh: een imperial porter van 'slechts' 8% - de smaak doet hoger verwachten. Vol, gebrand en duidelijke whisky(turf) in de geur. 
We sloten de avond in stijl af bij Bierencafé de Beiaard, die een unieke set taps heeft voor een aantal zeer speciale bieren van de Palm groep - de platte, spontaan vergiste Lambiek van Boon (vergist op hout) en nu tijdelijk ook een Rodenbach Grand Cru, een Vlaams Rood gerijpt op eikenhouten foeders. Deze frisse bieren vormden een mooie afsluiter van een avondje bier-op-hout. Gelukkig hadden we de dag erna geen houten hoofd...






dinsdag 28 oktober 2014

Mosselen met bok? Meh.

Mensen die mijn biersmaak kennen weten al dat ik geen groot fan van bokbieren ben - te slap, te zoet, te saai. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk, zoals de prijswinnende bok van Duits & Lauret, met een vleugje rook en hout. Dat alles is echter een kwestie van smaak, daarover valt dus te twisten.



Waar nooit over wordt getwist is de combinatie bokbier met mosselen - je ziet het rond deze tijd overal en dat vind ik volkomen onterecht. Geen smaak past volgens mij zó slecht bij deze schelpdieren als karamel - en laat dat nou net de meest karakteristieke smaak van bokbier zijn. De overige zoetigheid helpt volgens mij ook niet, en moutigheid? Nou ja, dat kan misschien nog wel.

Waarom dan toch mosselen in bokbier? Wellicht is het de seizoensassociatie - maar we eten al lang niet meer alleen mosselen als er een 'r' in de maand zit. Mijn voorstel is dus simpel - hou ermee op! Er zijn zoveel lekkerdere bieren om je mosselen mee klaar te maken. Een rijtje;
  • Oude (!) Geuze of Lambiek - de ongezoet variant, het zuur verdwijnt, een volle smaak blijft over.
  • Orval of een saison - vergelijkbaar met de geuze maar voller van smaak. 
  • Witbier of weizen - een lichte, zomerse variant. Met citroen, knoflook en  Spaanse peper
  • Pils of lagerbier - lekker met de klassieke wortel, ui, prei en knoflook.
  • Een niet te hoppige Engelse of Belgische Pale Ale, met dille.
  • Stout - een stevige Engelse versie, lekker met selderij en mosterdzaadjes
Zelf ga ik het liefste voor de Oude Geuze. (Let dus op; een echte "Oude", ongezoete Geuze, bijvoorbeeld van Girardin, Oud Beersel of Boon). Moeilijk is het verder niet; een uitje, een worteltje, prei en/of selderij en wat knoflook aan aanbakken in wat olie, de schoongemaakte en gecontroleerde* mosseltjes in de hete pan en zo'n 200 ml geuze erbij. Deksel erop, af en toe omschudden en in luttele minuten staan de mosselen open en zijn ze klaar. Schep ze uit de pan, giet het merendeel van het kookvocht uit de pan (bewaar dat als basis voor een vissoep) en roer twee eetlepeltjes crème fraiche, een eetlepel grove mosterd en een flinke hand peterselie door het restant. Mosselen er weer in, gemalen peper erover, omschudden en genieten maar.

Je eet het met frietjes of stokbrood, en als je het nodig vindt met knoflooksaus. En natuurlijk hetzelfde biertje erbij als er in zit!


*) Mosselen controleren - het schijnt niet meer te hoeven, maar ik doe het nog steeds. Gooi ze in een bak koud, zout water, laat ze tot rust komen en neem ze er één voor uit. Mosseltje kapot? Weg ermee. Mosseltje open? In de wachtrij. Mossel (goed) dicht? Op de hoop 'Goedgekeurd'. Loop daarna de wachtrij nog eens af - het merendeel blijkt vaak alsnog te sluiten. Meestal gooi ik op twee kilo 10 mosseltjes weg.

dinsdag 14 februari 2012

Zuur bier in nieuwe vaten

Hoe vaak gebeurt het niet dat een mooi streekproduct voorgoed verdwijnt doordat het niet meer in de mode is, niet aan nieuwe regels voldoet of er niemand meer is die het kan maken? Gelukkig keert het tij een beetje en komt er steeds meer aandacht voor lokale juweeltjes. Ook in de bierwereld is er zo'n product dat met rasse schreden de vergetelheid ontstijgt: geuze.

In de afgelopen decennia is dit bier van rond Brussel (Pajottenland en de Zennevallei) bijna de nek omgedraaid door de populariteit van pils en een slechte naamsbescherming. Onder de noemer 'geuze' zijn de meest vreselijke, limonadezoete drankjes op de markt gebracht, in de hoop deze dan tenminste aan de vrouwelijke terrasbezoekers te verkopen. Maar die weten tegenwoordig ook wel beter! 
Het Pajottenland (nabij Eizeringen)
 
Zoals ik laatst al berichtte mag de originele ('oude') geuze zich echter verheugen op geweldige terugkeer. De stijgende wens naar streekproducten en snel groeiende afzetgebieden (onder andere Amerika en Azië) zijn hiervoor verantwoordelijk. Slechts een tiental geuzefabrikanten is nog over, maar vrijwel allemaal zijn die flink aan het uitbreiden met nieuwe glimmende installaties en kenmerkende houten vaten. 

De productie van geuze wijkt in bijna alles af van die van de meeste bieren. Dat laatste gebeurt met gerstemout en verse hop in een smetteloze omgeving. Direct na het brouwen wordt het bier zo snel mogelijk gekoeld, zorgvuldig afgesloten en wordt de juiste, gekweekte cultuurgist toegevoegd. Na de vergisting wordt er gebotteld, en binnen enkele weken staat het bier in de winkel.

Geuze slaat al op de ingrediëntenlijst een andere weg in: zeker een derde van de mout wordt vervangen door gemalen tarwe. De grotere hoeveelheid hop moet tenminste een jaar oud zijn, en de gist? Dat is een verhaal apart. Na het (langere) brouwproces wordt het bier warm in het zogenaamde koelschip gegoten. In deze open bak (vaak onder een stoffig pannendak) zal het bier afkoelen en gebeurt het wonder: de spontane vergisting begint. Volgens de legende kan dit alleen in de Zenne-vallei bij Brussel, maar inmiddels geeft men toe dat vrijwel overal vergelijkbare giststammen rondhangen.

Het koelschip van Cantillon (Brussel) Foto: http://hierstroomthetbier.be

De verdere vergisting gebeurt in grote houten vaten of foeders en duurt lang – zeker enkele maanden. Bijna alle suikers worden omgezet in alcohol en melkzuur ontstaat, wat resulteert in een zure, wrange en koolzuurvrije drank: lambic. Vroeger direct gedronken, maar tegenwoordig nauwelijks nog verkrijgbaar. Het leeuwendeel gaat namelijk richting de geuzestekers. Die mengen een aantal lambics (van verschillende jaren en vaak verschillende brouwers) en bottelen dat in champagneflessen. De jongste lambic is nog niet helemaal uitvergist en zal zorgen voor koolzuur. 
 
Geuze in champagneflessen bij Cantillon
Als de geuzesteker zijn werk goed heeft gedaan is het eindresultaat een uitgebalanceerd, fris zuur, lichtbitter bier met subtiele koolzuurbelletjes en een zachte moutsmaak. De geur van spontaan vergist bier is heel interessant, met suggesties van stro en zelfs brie. Probeer dus op de eerstvolgende zonnige dag eens een koele (oude!) geuze van bijvoorbeeld Oud Beersel, Cantillon of Boon. Misschien is dat nog net op tijd om een geuze te proeven uit de oude vaten, van vóór de verbouwing.