Posts tonen met het label bier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bier. Alle posts tonen

dinsdag 26 juli 2022

Plat bier, platte kaas

Dag drie van ons Belgisch bierverblijf in Pajottenland (dag 1 vind je hier en dag 2 vind je hier).

Na weer een goede nachtrust togen we naar beneden voor een perfect ontbijtje. Dit keer hielden we ons in, dus kwamen we wat fitter van tafel. Eerst naar Gooik, voor de gisteren gekochte De Cam bieren. Karel appte dat het klaarstond bij zijn ouders voor de deur, en dat we het gewoon konden meepakken. Als bedankje lieten we er een pakje stroopwafels achter. 

Na een kort intermezzo met de auto om een falende fietsendrager te vervangen konden we aan het eind van de ochtend de fietsen weer aantrappen.  Dit keer reden we een een rondje noordwaarts, en toen naar Ternat. Het is een echt een heerlijke streek om te fietsen, al gaan de hobbels zonder elektrische hulp wel ten koste van je actieradius. Een korte blik op de (op maandag niet voor bezoek geopende) brouwerij De Troch en daarna weer richting Eizeringen. 


We namen een stuk mountainbikeroute, dwaalden weer wat rond en kozen verder toch voor de gewone fietsknooppunten, richting Café Den Haas. Dat bleek een heerlijke plek, met een grasveldje vol ruim opgezette parasols en tafels, en een heel vriendelijke bediening. We kregen direct de gelegenheid een paar geuzes en vooral, boterhammen platte kaas te bestellen: de klassieke begeleider van lambiek en geuze. Dat bleken lange, wit/rogge-achtige boterhammen met  in ons geval hesp,  platte kaas en 'kop'. De kop was een soort niet-zo-zure-zure-zult, en erg lekker. 



Het geheel werd met bosui, bieslook, radijs, tomaat, komkommer, augurkjes en zilveruitjes geserveerd en smaakte perfect bij de bieren. We dronken er dan ook een aantal:

- Geuze De Cam (lekker natuurlijk)
- Geuze Prematuur Eylenbos. De "prematuur" sloeg op het feit dat Eylenbos, een nieuw leven ingeblazen brouwerij, nog geen 3 en 2 jaar oude lambiek had, en daarvoor lambieken van de Troch had gebruikt.
- Geuze 3 Fonteijnen
- Kriek Girardin. Uitmuntend goed. Helaas hadden we die niet bij de brouwerij gekocht.

En, zoals altijd op een leuk terras - je leert nog eens wat. Het stel voor ons, dat niet direct vriendelijk leek, bleek dat wel: toen ze ons zagen kijken naar het "platbolspel" dat hier door de wat oudere locals werd gespeeld werd dat direct en uitvoerig uitgelegd. 


Daarmee kwam eindelijk een einde aan ons lange geuzeweekend. Verveelt het na 3 dagen? Nee, zeker niet, de variatie in de lambiek-, geuze-, kriek en andere fruitbieren is groot, en zeker met zomers weer kun je wel blijven proeven. Voor onze gezondheid was het echter wel mooi zo.

Toch was het niet helemaal gebeurd met de Belgische bierbelevenissen: op weg naar Normandië zouden we nauwelijks hoeven omrijden voor een bezoekje aan Brasserie Dupont. Daarvan heb ik, naast Orval, altijd wel een kratje in huis, dus dat wilde ik niet missen. We vonden het met gemak, maar in tegenstelling tot wat ik verwachtte troffen we geen middelgrote industrieel ogende brouwerij, maar een uit de kluiten gewassen dorpsstraat met allemaal bakstenen gebouwen, in dorpse/boerenstijl. Over die  gebouwen was de brouwerij verdeeld. 


Na een bezoek aan de winkel voor wat bieren en snuisterijen liepen we langs de gebouwen, en vroegen aan de receptie of het klopte dat er maandag geen bezoek mogelijk was. Dat klopte, maar een beetje rondlopen was geen probleem. Toen we bij de brouwerij zelf naar binnen keken keek een brouwer met grote densimeter in zijn hand terug, zwaaide eens wat en vroeg we soms de brouwerij even in wilden. Ja, natuurlijk. 

De brouwerij was vol in bedrijf, via twee enorme gasvlammen werden twee koperen 50HL ketels verhit, de maischketels. Er werden twee biobieren gebrouwen, de Moinette en de Saison bio. We kregen nog wat uitleg, maar hebben ze natuurlijk niet te lang van het werk gehouden. 



Buiten aaiden we nog even de aanwezige ezels en reden we, met weer een toffe zythologische ervaring achter de kiezen, richting La Douce France.  Hebben we daar ook nog wat bierigs meegemaakt? Vast wel, daarover later meer. 


maandag 18 juli 2022

Goed verzekerd

Dag twee van ons Belgisch bierverblijf in Pajottenland (dag 1 vind je hier).

Vandaag was het tijd voor de reden van onze keus voor deze regio: een bezoek aan "Café In De Verzekering tegen de Grote Dorst". Dit kleine café is een bedevaartsoord voor de zuurbierliefhebber, met een enorme keuze aan geuzes en, moeilijker elders te vinden, een groot aanbod aan lambieken. Het is een tijdje 'het beste café van de wereld' geweest op Ratebeer (met dank aan stemmende Amerikanen), maar was tot 2017 alleen geopend op zondag van 10:00 tot ongeveer 14:00. De huidige eigenaren hebben dat toen flink opgerekt, tot 20:00, waarmee het even wat makkelijker wordt.


Maar: eerst ontbijten. Er was, naast de locatie en de luxe, een goede reden dat we hadden gekozen voor deze B&B - een spectaculair ontbijt, met een volle tafel aan fruit, beleg, broodjes en nog veel meer, en naar wens een vers gebakken (roer)ei of omelet. Het betekende wel dat we een uurtje moesten bijkomen voor we konden vertrekken, maar dat kwam wel goed uit - de hitte van de dag ervoor was vervangen door regen, en we konden zo mooi wachten tot de ergste buien voorbij waren.

Rond het middaguur waren we het beu en vertrokken we richting de Geuzestekerij De Cam in Gooik. Daarvoor gebruikten we de ook in België aanwezige fietsknooppuntenroute. We hadden gehoopt dat, door die te volgen, het wat mee zou vallen met de àl te steile klimmetjes - dat klopte deels, en het was mooi fietsen, maar soms knap trappen.

De route naar De Cam leidde ons direct al naar Eizeringen en langs De Verzekering, die voor later op de dag op het programma stond. We besloten echter dat, aangezien dit toch wel de reden van ons verblijf hier was, we toch beter konden beginnen met een klein lambiekje. Het was er binnen vol en warm, dus na bewonderen van het smetteloze en mooie interieur verkasten we toch naar buiten. We dronken een klein glaasje Oud Beersel Lambiek met dennentoppen (grappig, niet extreem), een lambiek van Den Herberg Devillé (lekker) en een kriek lambiek van Oud Beersel - fris, zuur, lekker.



Toen door richting Gooik voor de Cam. Halverwege een enthousiaste daling zag ik een bordje naar knooppunt 17 - hop, linksaf. Dat bleek, een heel stuk later, verkeerd- we hadden naar 16 gemoeten. Uiteindelijk zijn flink omgereden via een onaantrekkelijk stuk om te fietsen (in de regen), bekeken vervolgens een kasteel (in de regen én in de zon) en reden weer fout. Maar uiteindelijk belandden we bij de Cam waar een vrolijke Karel al aan zijn voorraad bezig was, maar vooral veel liet proeven.


In Karel herkenden we veel andere brouwers - bevlogen, een uitgesproken mening over hoe het moet, vol van kennis, enthousiast en gul met proefglazen uit het vat of de tank. We kregen 'normale' lambiek, lambiek met frambozen en een lambiek met kweepeer te proeven. We kochten er een aantal bieren (een aantal fruitbieren, een grote fles geuze en een appellambiek), én een mandje! Gelukkig konden we het de volgende dag met de auto komen afhalen bij zijn ouders.


Ondanks dat hij niet door Karel werd aangeraden was volkscafé de Cam (tegenover de brouwerij, maar zijn lambiek was 'net op') prima voor ons doel - een tamelijk lokale en vooral lekker warme stevige maaltijd. We aten er pensen: zwarte pens (bloedworst) en grijze pens. In die laatste zat geen bloed ('voor de mensen die daar schrik van hebben') maar wel varkenslong. Ik weet niet wat in Nederland beter zou verkopen. Het spreekt vast niet iedereen aan, maar wij vonden het erg lekker.


Voldaan (met de nadruk op 'vol') trapten we hem weer af. Redelijk dezelfde weg terug, naar Eizeringen, dit maal zonder ongewenste omwegen. De Verzekering bleek nog open en het was niet meer zo heet binnen, dus zetten we ons daar neer. We genoten van de atmosfeer, mede dankzij de zeer vriendelijke eigenaar en (de verhalen van) diens ouders. We leerden er van alles en dronken er, vooruit, nog maar wat bier: een lambiek van Boon (wat zoetig, maar 'mals'), een Oud Beersel rabarber (vooral droog zurig) en een Tilquin Myrtille Sauvage - die was vrij zuur en rook vooral sterk naar stal, maar uiteindelijk ook bes.


Daar lieten we het bij, en we reden naar huis. Na de grote en late middagmaaltijd hadden we geen echte behoefte meer aan een maaltijd, toch liet ik me een Bickyburger aansmeren - een absolute klassieker in de Belgische frituur, die móest je een keer proberen. Een sneu gefrituurd schijfje van varkens-, kippen- en paardenseparatorvlees met drie sauzen in de 'smaken' rood, geel en bruin, een augurkje en wat sloffe gefrituurde uitjes. Volgende keer houd ik het weer bij de frieten.

Via nog een klein omweggetje, dit keer vrijwillig, eindigden we moe maar zéér voldaan bij onze B&B, in de gelukkige wetenschap dat we nog een volle dag Pajottenland voor de boeg hadden. Maar zouden we nog wel zin hebben in nóg meer zuur bier?

Volgende keer meer!


maandag 11 juli 2022

Nemiekst

Het besluit de vakantie in Bretagne te spenderen betekende óók dat een tussenstop wel comfortabel zou zijn, en laat nou net het Pajottenland ongeveer precies op de route liggen... OK, bij lange na niet halverwege, maar dat is op te lossen met nog een extra tussenstopje in Normandië. Een bezoek in het weekend betekent ook nog eens de mogelijkheid tot een bezoek aan het Walhalla van elke zuurbiergek - het iconische "In de Verzekering tegen de Grote Dorst", alleen geopend op zondag. 

We kenden al een luxe B&B op fietsafstand, van waaruit we al eens de Dag van de Lambiek meemaakten in eerdergenoemde café, dus die was snel geboekt. Op zaterdag arriveerden we daar in een zinderende 32 graden en pakten zwetend uit. Daarna maakten we een kort ritje naar Brouwerij Girardin, de brouwer/steker van mijn favoriete geuze. Het is niet de meest hartelijke of gemoedelijke brouwerij (ze zijn nogal druk), maar ik had vooraf al besteld en kon het bier komen ophalen. Omdat zij "Uitzonderlijk gesloten" (dat klinkt héél dicht) waren vanaf 15:00 had dat bij de gratie Gods zelfs maandag gekund, op de horeca-afhaaldag, als we het niet hadden gered. Maar goed, dat hadden we wel. 


Veel tijd voor kletsen of kijken was er niet, ik nam er 6 grote en 6 kleine flessen fond-geuze (zwarte label) mee, voor respectievelijk €3.90 en € 2.10 (!) en keek nog even buiten rond. Van buitenaf zijn ook de koperen ketels te zien, en het geheel doet erg ongepolijst en boers aan. Rondom de boerderij verbouwen ze granen, maar of dat ook voldoende is voor de productie van de bieren betwijfel ik. 


Terug bij de B&B verruilden we de auto voor de fietsjes en we togen de hitte in. Fietsknooppunten  en -routes negerend reden we de kortste (en mogelijk steilste) route naar een veelbelovend café. Onderweg was genoeg moois te zien, de regio ziet er on-Belgisch netjes, schoon en keurig onderhouden uit. Het lijkt dan ook een uitvalsbasis voor vermogende Brusselaren: de prijzen zijn er ook behoorlijk hoog.

Halverwege onze bestemming troffen we een dorpje (St Anna Pede) met een kerkje dat nog door Breughel geschilderd was. Daarnaast een sympathiek ogend dorpscafé met een heerlijk schaduwrijk terrasje. Dat leek ons een mooie plek om even bij te komen en wie weet... ja, natuurlijk hadden ze er een lambiek! En niet zomaar één, maar die van Girardin! De waard zelf was er geen fan van, maar wij vonden het uiteraard top. Het was duidelijk een pleisterplaats van de lokale bevolking, die af- en aanliep. 


Weer op adem gekomen begonnen we aan deel twee van onze bescheiden, maar door de hitte nog vrij heftige tocht naar de gekozen bestemming - café De Spontane Goesting. Daar troffen we een rustig terras, met schaduw, een vriendelijke barman en een uitzonderlijk uitgebreide bierkaart met 'normale' bieren, en een ruime keus aan geuzes. 

Als antwoord op mijn vraag naar iets te eten bleek de optie 'nemiekst'. Ik had geen idee wat 'nemiekst' was, en mijn vragende blik werd beantwoord met een behulpzame 'kosmessallemié'. Dit heb ik de arme man zeker 3x laten herhalen voor het frankstuk viel - Kaas. Met salami. Een 'mixte'. Deju. Lekker. Doe maar.


Op dat terras hielden we het wel even vol, en we hebben ons door aardig wat lekkere bieren heengeslagen, waaronder een HORAL Megablend. Zin om te gaan zoeken naar een restaurant hadden we niet meer (we hadden al begrepen dat op zaterdag aan komen wandelen hier nergens echt een optie was), en de buurfrituur bleek niet alleen bijzonder druk bezocht en goed beoordeeld, we konden het ook nog op het caféterras laten serveren. Haute cuisine - non, maar haute friture toch zeker wel, met huisgemaakte sauzen en prima kaas- en garnalenkroketjes.


Het is natuurlijk niet fatsoenlijk om er dan niet nog een biertje bij te drinken, dus dat deden we dan maar, om vervolgens in de nog steeds hoge temperaturen naar de B&B terug te keren. Daar deed ik op de prettige binnenplaats nog wat inleeswerk voor de volgende dagen. Met, vooruit, een Girardin. 




Wordt vervolgd.

dinsdag 29 oktober 2019

Benevelde berekeningen

Als je iemand een zelfgebrouwen bier inschenkt is de vraag al snel "zo, hoeveel alcohol is dat?" En,  wanneer je dat tot achter de komma kunt vertellen, "hoe weet je dat"? Het antwoord op de eerste vraag is meestal lager dan verwacht (maar soms brouw ik ook zware bieren). Het antwoord op de tweede vraag is ook niet zo ingewikkeld, dat leg ik hier uit. Kortom - vandaag een technisch verhaal.

Bovenaan: hydrometer, onderaan refractometer.
We beginnen met het slechte nieuws. Is je bier klaar en wil je weten hoe zwaar het is? Dan ben je waarschijnlijk te laat. Je kunt namelijk maar op één manier* goed bepalen hoeveel alcohol ontstaan is - door te meten, vóór en na vergisting, en dan te rekenen. En wat je meet is het soortelijk gewicht. Bij het brouwen heb je suikerwater gemaakt. De suiker wordt door de gist omgezet in alcohol en koolzuurgas. Suiker is zwaarder dan water, maar alcohol flink lichter, en de koolzuur ontsnapt. Het soortgelijk gewicht zal dus dalen, en uit het verschil bereken je het ontstane percentage alcohol.

Hoe gaat het concreet in zijn werk? Allereerst nog even kort het brouwproces - mout schroten (grof malen), maischen (rond de 67 graden de zetmelen uit de granen oplossen in water en omzetten in suikers), filteren en tot slot koken met hop. De hop filter je eruit en je koelt het eindproduct (dat dan wort heet) af.

Dan is het dus tijd voor dichtheid meten. Daarna de gist erbij, wachten tot het uitvergist is (dat duurt in de regel een week of twee, drie, maar dat hangt van de gist af) en nogmaals meten. Het meten van de dichtheid gebeurt meestal met een simpele hydrometer of een refractometer - zie de uitleg hieronder.

Op basis van de meetresultaten bereken je het alcoholpercentage. De meeste thuisbrouwers zullen afvullen op fles met een beetje suiker om te zorgen voor de koolzuur (en dus prik) - dan komt er nog een beetje alcohol bij, meestal zo'n 0.7%. Tel die op bij je berekende percentage en voilá.

De berekening is als volgt:

(soortelijk gewicht (sg) voor vergisting - sg na vergisting) * 0.131

De hydrometer is nauwkeuriger, maar kost zo'n 200ml vloeistof die daarna meestal wordt weggegooid. Een hydrometer is van glas en dus kwetsbaar, maar ook niet zo duur. Hij is gekalibreerd op één temperatuur (want die is nogal belangrijk bij dichtheid), meestal op 20 graden Celcius. Je neemt dus voldoende vloeistof, laat die afkoelen en kijkt waar de vloeistof op de meter uitkomt. Let op, want de vloeistof kruipt wat op en meestal zit er wat schuim in de weg. Meet je vóór het koken (niet strikt noodzakelijk, maar wel interessant) dan kun je de vloeistof weer teruggooien in de kookketel, maar bij het meten vlak voor het vergisten kun je het maar beter niet terugdoen in verband met gevaar voor infectie.

Hydrometer - de vloeistof kruipt wat op.
De refractometer is minder nauwkeurig maar vereist slechts een druppel en die koelt dus ook vrijwel direct af. Met een pipet neem je een druppel vloeistof, die leg je op de juist plek. Je doet het doorzichtige klepje dicht en kijkt naar een lichtbron (houdt het deel met de druppel horizontaal!). De waarde wordt weergegeven door de grens tussen blauw en wit. Een refractometer moet je kalibreren, en als er eenmaal alcohol in je bier zit kun je hem niet meer zomaar aflezen, maar moet er gerekend worden. Voor de begindichtheid is dat dus geen probleem, maar voor de einddichtheid wel. Voordeel is wel dat het makkelijk is om tijdens het proces de waarden te controleren, want je hebt maar een drupje nodig. Zit je bijvoorbeeld vóór de anderhalf uur koken al op je gewenste dichtheid dan weet je dat je wat water kunt toevoegen, want bij het koken verdampt er aardig wat.

Refractometer - goed tegen het licht houden

De wort voor het bier in dit voorbeeld is nogal zwaar: 1092 g/l. Het wordt dan ook een baltic porter.  Wanneer de gist zijn werk goed doet zal hij uitkomen op een verwachte dichtheid van 1015, met als alcoholpercentage:

(sg voor vergisting - sg na vergisting) * 0.131

(1092-1015) * 0.131 = 10.1%

Het is natuurlijk afwachten of de gist ook echt zover komt - zeker bij hoge percentages stopt het wel eens wat eerder. Dan komt dus de bottelgist er nog bij, waarbij het bier dus uit zou kunnen komen op bijna 11%. Een zware jongen dus.

Tot zover deze uitleg. Zelf gebruik ik al jaren een hydrometer en pas sinds zeer kort een refractometer - je kunt prima brouwen zonder een refractometer, maar het tussendoor extra meten is een leuke bijkomstigheid en tegenwoordig kun je de meters in China bestellen voor een euro of 10.


*) Ja, er zijn meer manieren, maar die zijn omslachtig, onnauwkeurig of gewoon veel te duur



dinsdag 5 maart 2019

Bietensalade

De leverancier van ons groentenabonnement, De Viermarken, is dit jaar niet zuinig geweest met de bietjes. We liepen al een beetje achter, maar bij een verse portie was de maat vol. Tijd voor bietenverwerking, tijd voor bietensalade.



"Bij ons thuis", nou ja, mijn ouderlijk thuis dus, horen bietensalade en haring gewoon bij elkaar. We leerden het van een gezin waarmee we in Frankrijk op een camping stonden. Het lijkt me sterk dat we het daar hebben gemaakt - of misschien dan met zure haring, ter plaatse ook wel bekend als 'le rollemopse'. Inmiddels maak ik het zelf al jaren graag met zoute haring, eventueel aangevuld met rolmops of zure haring. Dit keer, gewoon voor de zekerheid, hadden we er ook een bokking bij.

Ook de bietensalade zelf was een beetje aangepast - noem het artistieke vrijheid, of  'een blik in de groentela'. Daar trof ik witlof en een appel, samen ook al een goede salade-optie, dus waarom niet erbij? Zo bedacht, zo gedaan. Met de verhoudingen valt natuurlijk te spelen, want de basis is simpel genoeg - gekookte aardappel, gekookte biet en mayonaise.

We dronken er een passend biertje van brouwerij Berghoeve bij - Kroten Zoer. Passend, want de kroten slaan, jawel, op bietjes en het spontaan vergiste, droge bier is erg lekker bij deze stevige hap met vis.

  • 4 chioggia bietjes, gekookt 
  • 2 grote of 4 kleine, vrij vastkokende aardappels, gekookt
  • 1 stronkje witlof
  • 1 granny smith appel
  • verse of gedroogde dille
  • verse of gedroogde peterselie
  • 2 theelepels mosterd mosterd 
  • 1 theelepel mierikswortel (uit een potje dus, niet vers)
  • 5 eetlepels mayonaise
  • citroensap
  • peper
  • 1 eetlepel fijngehakte cornichons
  • 1 eetlepel fijngehakte kappertjes
  • zilveruitjes
  • Vis (naar wens): 
    • 2 rolmopsen
    • 2 zoute haringen (met of zonder uitjes)
    • eventueel andere vis naar wens - makreel, bokking, zalm...
Snijd of, zoals ik, prak de bieten en aardappels in stukjes. Was en snij de witlof in reepjes, schil en snijd de appel in blokjes en meng alles behalve de zilveruitjes en de vis. Laat de salade eventjes staan en voeg, indien nodig, nog wat mayonaise toe.

Serveer met een goed biertje. 


vrijdag 2 november 2018

Bier met eigen hop

Begin september was het zover, en hadden we resultaat van een heel voorjaar pamperen, liefdevol bewateren door buren tijdens de vakantie en het voor één plant lichtelijk negeren van het verzoek niet te beregenen vanwege de droogte. De hopoogst!  De belletjes waren droog, knisperig, en geurden fris naar wat gras en citrus.

Hallertau mittelfrüh
Die kun je natuurlijk drogen, vacumeren en invriezen, maar ik besloot hem de dag erop direct te gebruiken. Voor de zekerheid had ik toch maar even een droogrekje gebouwd, dus daar kon de hop mooi een nachtje op liggen. Voor het (nachtje)toch iets drogen woog het zo'n 500 gram, het equivalent van 100-125 gram gedroogde bloemen. Omdat ik de hopplant kreeg van een collega-thuisbrouwer weet ik dat het om de vrij milde Hallertau-Mittelfrüh gaat, en dus besloot ik voor 20 liter bier de hele oogst als aromahop te gebruiken en de bitterheid uit gekochte Magnum bitterhop te halen.

Een droogrek, dat er vanuit deze hoek nog best recht uitziet

Ik heb nog overwogen een deel van de hop als dry-hop toe te voegen, tot ik zag dat er wat kleine torretjes onder de droger uitliepen en ik me bedacht dat de normaal voor dryhop te gebruiken hop al is gesteriliseerd door het te zwavelen - een fijn idee dat dat nu niet zo is, maar dan toch liever niet koud in mijn bier.

Voor de rest van recept koos ik voor een matige bitterheid uit de Magnum hop, 80% pilsmout en 20% tarwe. Als gist SafAle K-97.

Enkele weken later kon ik het resultaat proeven - een, zeker voor mijn brouwsels, zeer toegankelijk blond bier van zo'n 6.5%. Mooi licht amber van kleur, helder. Iets licht in koolzuur. De hopervaring viel me qua sterkte eerlijk gezegd wat tegen, gezien de behoorlijke hoeveelheid hop, maar was ontegenzeglijk aanwezig en erg prettig, licht grassig en fruitig. De gist vond ik te sterk aanwezig.

In Duitse halve liters gebotteld - met doptstickertje

Volgend voorjaar komt de plant hop(p)elijk weer netjes opzetten, en dan gaan we dit project zeker nog eens over doen!

Nog wat meer over de hopteelt zelf:

Het verzorgen van de plant zelf gaf, naast véél water, weinig omkijken. Ik had de plant in het vroege voorjaar opgehaald en geplaatst. In maart kwamen de eerste scheuten op - daarvan hebben we er een aantal opgegraven en gegeten - een soort lekkere asperge/taugékruising. 

Een paar scheuten staken na een tijdje goed omhoog en die heb ik naar een touw geleid, dat 5 meter omhoog en daarna 3 meter opzij liep. In de maanden erop schoot de plant omhoog, tot aan het hoogste punt. 

Opzij wilde de ranken niet graag, maar met een beetje hulp ging dat ook. De vaart was er toen wel uit. Verder hebben we niet echt bemest, de onderste delen wat kaler gehouden en rustig afgewacht. Afgezien van wat slakkenschade en wat rossige verkleuring onderaan heb ik niets vreemds aan de hop gezien. 

Toen de hopbellen knisperden en droog aanvoelden heb ik ze geplukt. Wel viel het me op dat er onderaan een boel latere, nieuwere bellen leken te zitten die ook nog niet klaar waren. Deze heb ik dit jaar gewoon weggegooid, volgend jaar pluk ik misschien in twee rondes.



Daar begint al wat




Soms wel 10 cm groei per dag!

Horizontaal - dat schiet minder op. Het eind is bereikt. 

zaterdag 3 februari 2018

Zuurkoolkroket

Jaren geleden maakte ik voor een Indonesische vriendin een goedmakertje voor onze nasi-adaptie - de nasibal (die, mits huisgemaakt, natuurlijk stiekem best lekker kan zijn). Dat gold onverwacht ook voor de 'zuurkoolschijf' - een schep overgebleven zuurkoolstampot, gepaneerd en gebakken.

Inmiddels is het recept wat verder uitgewerkt tot zuurkoolkroketjes, maar de basis is natuurlijk hetzelfde. Op het idee gebracht door de vraag welk bier er lekker zou zijn bij een Lidl-zuurkoolkroket besloot ik mijn idee te testen - maar dan wel met een zelfgemaakte kroket.




Om deze kroketjes te maken gebruik je een restje zuurkool. Voeg een kwart van het totaalgewicht aan geraspte belegen kaas toe, meng goed en rol er kroketjes van. Haal deze door de bloem, ei, en vervolgens panko of vers paneermeel (doe een geroosterde boterham in de blender). Zorg ervoor dat alles goed bedekt is, herhaal eventueel het ei en het paneermeel. Frituur de kroketjes tot ze goudbruin en goed warm zijn, laat uitlekken en serveer. Met een rookbier, een bokbier, een IPA of zelfs een geuze - heel eerlijk gezegd smaakt alles wel lekker bij een zuurkoolkroket!

zondag 30 april 2017

Beerbecuesaus

Wat neem je mee naar een avondje bierdrinken met hobbybrouwers? Zelf gebrouwen bier natuurlijk. Maar als je door omstandigheden al een tijdje niets meer zelf hebt gemaakt, dan neem je wat lekkers te eten mee, zoals goed gekruide gehaktballetjes en kippenvleugeltjes. Met een lekker sausje, en dat maak je natuurlijk ook zelf.



Je kunt je barbecuesaus maken op basis van tomatenketchup, maar als we dan toch bezig zijn kunnen we net zo goed alles vanaf het begin af aan zelf doen. Veel bijzonders heb je niet nodig:

  • 1 blik (400ml) tomatenblokjes, gepelde tomaten of kerstomaatjes op sap 
  • 90 ml appelazijn
  • 55 gram suiker
  • 10 gram zout
  • 2 eetlepels gerookt, zoet paprikapoeder (pimenton de la Vera)
  • 1 eetlepel (naar wens) pikant gerookt paprikapoeder
  • 60 ml bier naar keuze
  • 2 a 3 eetlepels maizena, opgelost in wat water
  • scheutje whisky
Doe de tomaten, azijn, suiker, zout en paprikapoeder in de pan, breng aan de kook en laat het een kwartiertje doorkoken. Pureer het tot een gladde vloeistof met de staafmixer. Voeg dan het bier toe; ik nam een volmoutig, vrij zoet Duits Starkbier voor een moutige smaak (en omdat ik het bier om te drinken maar matig vind). Je kunt natuurlijk ook experimenteren met een hoppig of gebrand bier. Breng het aan de kook, voeg de whisky toe en dan de maizena. Doe dit laatste in beetjes en laat het even doorkoken om in te dikken. Het moet iets dunner zijn dan je het uiteindelijk wilt hebben, want bij het afkoelen zal de saus wat dikker worden, maar het moet dan natuurlijk de consistentie van ketchup hebben. Proef ook of het voldoende op smaak is - hij mag pittig en (ruim) voldoende zout smaken, want bij afkoelen zal de smaak wat minder sterk zijn.

Doe de saus in glazen ontsmette (uitgekookte) potten, draai het deksel erop en laat op zijn kop afkoelen. Zo is hij (zeker in de koeling) nog maanden houdbaar. Zoals gezegd dus lekker bij bier met ballen en kippenvleugeltjes, maar ook niet te versmaden bij bijvoorbeeld tonkatsu, Japanse, met panko gepaneerde varkenskoteletten.


dinsdag 21 februari 2017

Bier en spijs - Italian style

"Een proeverij met Italiaanse bieren bij het eten, is dat geen leuk idee?" De vraag kwam van Dominique en Rosa van Sapori e Ricordi, ons favoriete Italiaanse restaurant, waar we aan een paar leuke en gezellige wijnproeverijen hadden meegedaan. Een leuk idee, zeker! Maar dat heeft nogal wat voeten in aarde, niet in het minst omdat ze hier niet makkelijk te krijgen zijn en ik er mede daardoor maar weinig ken.



Gelukkig bleek Nederlands bier ook een optie - en dat ken ik natuurlijk des te beter. Maar toch - best een uitdaging, want je denkt bij Italiaans eten natuurlijk niet direct aan bier. Bij een steak frites of choucroute kun je naar de wijn grijpen, maar als je met een aansluitend bier aankomt kijkt niemand er echt van op. Bij een risotto of pasta is het toch weer net even anders. Maar dat maakt de uitdaging natuurlijk alleen maar leuker!


Ruim een week van te voren ontving ik het menu, en tegen de afspraken in heb ik stiekem toch even wat geoefend. Drie van de vier keuzes bleken precies zoals verwacht, maar voor het hoofdgerecht was ik blij dat ik toch even de boel uitprobeerde op onze slachtoffers/vrienden: dit bier is vervangen door een veel beter passend exemplaar.

Uiteindelijk serveerden we de volgende combinaties:
  • Frittata met snijbiet en boerenkool - erbij een blond honingbier met een vleugje rode peper
  • Risotto met paarse spruiten, walnoot en radicchio - erbij een weizenbier
  • Kip gegaard in bier, met spek en zoete aardappel en aardappel uit de oven - erbij een frisse tripel
  • Chocoladecake - erbij een dubbele chocoladeporter


De avond was een succes - de bieren vulden de gerechten mooi aan, en er zijn mogelijk wat zelfverklaarde altijd-wijndrinkers bekeerd. De volgende proeverij staat al op de agenda: zaterdag 18 maart: opgeven kan via Sapori e Ricordi (053 4789526).




dinsdag 13 december 2016

Hé, de Brand Porter!

Dit jaar is de Brand amateurbrouwwedstrijd gewonnen door Niels Bosman en Dennis Pancras uit Enschede. Maandag 12 december had de presentatie plaats in de Grote Kerk in Enschede. Gelukkig is het thuisbrouwwereldje in Twente nogal hecht, dus viel er ook bij mij een bierviltje met uitnodiging op de mat... leuk, dat vieren we graag mee!

Het flesje oogt wel wat licht voor een porter!
Voor de vijfde keer alweer hield de Brand bierbrouwerij in samenwerking met bierconsumentenvereniging PINT  afgelopen voorjaar een wedstrijd voor amateurbrouwers - en net als voorgaande jaren was de gewenste stijl vooraf duidelijk en vrij strak gedefinieerd. Na een pils, zwaar blond, IPA en saison was dit jaar de porter aan de beurt. Brand was duidelijk op zoek naar een toegankelijke porter zonder gekkigheid; dus geen rookmout, houtlagering, dry-hopping, kruiden of andere fratsen.

Het meedoen aan zo'n wedstrijd is voor veel amateurbrouwers een beetje dubbel - meestal brouw je per slot van rekening zelf omdat je nu net wat anders wilt dan wat er in de winkels staat. Een beetje rookmout erin, iets meer hop, een pepertje, waarom niet? Dat is voor een bier dat deze wedstrijd moet winnen natuurlijk niet aan de orde - het uiteindelijke bier moet vooral een grote groep aanspreken, en dat zijn niet alleen bierfanaten. Om te winnen moet je wel technisch goed brouwen, geen gemakkelijk opgave. Daarop wordt je bier ook streng beoordeeld - geen brouwfouten, smaakafwijkingen of eigenschappen die niet aan de gestelde voorwaarden voldoen - een hele prestatie om dat te winnen dus. Maar als dat dan lukt sta je wel met je toet (of in dit geval twee toetten) op een flesje bier dat overal in Nederland te krijgen is zodat iedereen jouw biertje kan proeven - en dat is natuurlijk geweldig.

Prijswinnaars Dennis en Niels brouwen al een paar jaar samen, en met succes; ze wonnen al een regionale wedstrijd met hun Citra session IPA en hadden bij het bierfestival in Groningen de beste milk stout. Hun brouwsels dragen de naam "Johnny Thursday" vanwege de dag waarop ze meestal brouwen (donderdag) en de daarbij gedraaide muziek (van Johnny Cash). De naam die ze zelf aan hun eigen versie van de porter hebben gegeven heeft ook een link met Cash - het is vernoemd naar het nummer "Hey! Porter".

Dennis is (met zijn vrouw Minke) eigenaar van ONS Eten & Drinken in Enschede - een prima plek voor een goede maaltijd met een enorme keus aan speciaalbier. Leuk detail is dat er Brand bier van de tap komt - ook de nieuwe Brand porter zal hier binnenkort uit de kraan komen. Dat kunnen natuurlijk niet veel amateurbrouwers voor elkaar krijgen. Daarnaast zetten Dennis en Niels hun Hey! Porter versie ook in de markt, gebrouwen bij Rigtersbier in Buurse. Deze proefde ik op de Proefeet, en hoewel dat alweer even geleden is meen ik me te herinneren dat die wat voller is dan de Brand porter en een klein beetje rokerig. Een erg lekkere porter!

Maar hoe zit het met de Brand porter? De avond was goed aangekleed door de brouwerij -  een muziekje, de winnaars van de voorgaande jaargangen en hun bieren waren aanwezig. Uit het verre zuiden was de Brand verzamelaarsclub aanwezig en de usual suspects van de landelijke en regionale bierwereld waren er ook. Vanuit eetcafé ONS waren lekkere hapjes gebracht. Ik dronk er de saison van vorig jaar  (voor mij iets te clean en zoet voor saison) terwijl op het podium de presentatie begon.

Na een korte uitleg over de stijl porter werd er uitgelegd wat de insteek van de wedstrijd was geweest. Het woord "toegankelijk" kwam nogal vaak naar voren, en de indruk werd even gewekt dat de Brandwedstrijden volledig verantwoordelijk waren voor de groeiende populariteit van het thuisbrouwen, maar dat was snel vergeten toen de glazen en flesjes porter werden uitgedeeld - met het verzoek om te wachten tot iedereen had voor een gezamenlijk toast. Tijdens deze tantaluskwelling werd er een filmpje getoond, en daarna was het zover!

Proost!
De porter is vrij donker, maar misschien iets minder dan je zou verwachten. Een mooie fijne schuimkraag bleef lang genoeg staan tot iedereen zijn glas had gevuld. Het bier ruikt gebrand, een beetje koffie, flink laurier. Ook zit er iets fruitigs in. Na een ferme slok blijkt dat het met de toegankelijkheid wel goed zit - doordrinkbaar is het zeker ook. Het bier is minder zoet dan ik eigenlijk had verwacht en er zit een lekker hopbittertje in.

De Brand porter is een bier dat precies doet wat het moet - goed in de smaak vallen bij een grote groep bierdrinkers, zonder het verschijnsel 'porter' tekort te doen. Een hele prestatie, en naar mijn mening ook de meest geslaagde van de winnende Brand bieren. Met een beetje geluk staan de grijnzende hoofden van Dennis en Niels nog een flinke tijd op de flesjes. Daarvoor moeten we trouwens nog wel even geduld hebben, want hoewel de porter binnenkort al op tap verschijnt komen de flesjes pas eind 2017 in de winkel.



zondag 20 november 2016

Wilde hotdog

Wat doe je om de tijd te doden? Een beetje YouTube kijken. Zo keek ik op het BuzzFeed kanaal naar de Worth it serie, waar een ietwat irritante hipster met een Aziatische achtergrond een 'tegenstribbelende' collega en een audio mannetje meeneemt op zoek naar het beste voedsel in drie prijscategorieën - goedkoop, 'normaal' en waanzinnig duur.


Na een paar afleveringen kom je al snel tot de conclusie dat er bij 'luxe' voor Amerikanen niet veel fantasie komt kijken - de duurste versie bevat in de regel foie gras, truffels, kaviaar of Wagyu rundvlees (meestal allemaal), of het nou om een pizza, sushi, hamurger of hotdog gaat.

Desalniettemin ziet de middelste optie er over het algemeen wel lekker uit, en na het kijken van de hotdog video was ik geïnspireerd om ook zelf de ultieme hotdog te maken. Niet met eendenlever, oesters, bladgoud of truffels, maar wel met een paar lekkere ingrediënten.

Bij de Sligro liep ik tegen een pakje Everzwijn/Hert hotdogs aan - en dat vormde natuurlijk een prima basis. Wat plakjes varkenslever om de wildsmaak nog wat te versterken en plakjes gebakken bacon erbij, en vervolgens wat gefruite rode ui. Het is zuurkoolseizoen, en dat past ook nog eens prima bij de rest van het beleg. Afsluiten met mosterd en barbecuesaus en klaar - een Wilde Hotdog.


Erbij schonk ik een Brewdog Pumpkin King, kruidig en hoppig en een prima dorstlesser, een perfecte combinatie met de smaakvolle hotdog. Missie geslaagd! De dure hotdog laat ik achterwege, en de goedkope al helemaal...

(Oh, en als je de hotdog aflevering gekeken hebt - wie schenkt er in vredesnaam een zure Vlaamse Bruine bij een hotdog? Ach ja. Die Amerikanen...)

English version

zondag 17 april 2016

Mout op hout

Het is al een flinke tijd populair in het lange-baarden-hippe-brouwers-kamp - bier op houten vaten laten rijpen. Zo noem je het natuurlijk niet - de correcte term is barrel aged en eigenlijk heeft een beetje beer geek het alleen over "bie-ee bieren". Je zou denken dat het opslaan in afgeschreven houten vaten die de whiskystoker of sherryboer over heeft een goedkoop truukje is om dure RVS lagervaten overbodig te maken, maar niets is minder waar - die ouwe troep is nog stervensduur ook. Zeker nu elke kleine brouwer wel één of meer houtbieren aanbiedt zijn de vaten slechter verkrijgbaar en dus duurder.
Een sterke line-up

De bieren zelf zijn in de regel ook flink aan de prijs - maar dat is niet zonder reden. Uitzonderingen daargelaten zijn het zwaardere bieren (meestal quadrupels of imperial stouts) die van zichzelf al een hogere prijs hebben. Zoals zojuist genoemd kosten de vaten een lieve duit (met een beetje geluk vindt de brouwer dan wel nog een half flesje whisky onderin het vrijwel lege vat, maar dat is hem dan ook gegund). Vervolgens moeten de bieren geruime tijd rijpen - dit kan maanden duren. Niet alleen kost dat ruimte, tijd en verlies (het "engelendeel" verdwijnt niet alleen bij whisky), je loopt  altijd ook nog risico op mislukking.

Waarom zou je er als brouwer (of bierdrinker) dan aan beginnen? Heel simpel - de meeste houtgelagerde bieren zijn gewoon verschrikkelijk lekker. Bekende Nederlandse brouwerijen die veel met hout doen zijn bijvoorbeeld Jopen, het Uiltje, Emelisse, de Molen en zelfs de grotere brouwerij La Trappe, maar vrijwel iedere kleine ambachtelijke brouwerij in Nederland heeft óf wil wel een barrel aged bier.

Inmiddels mag duidelijk zin - er is bij het brouwen heel wat mogelijk met hout. De combinatie van biertype en houtgebruik bepaalt of het ook een succes wordt. Er kan op onbehandelde of gebruikte eikenhouten vaten worden vergist (dit gebeurt bijvoorbeeld bij de spontaan vergiste lambiekbieren op houten pijpen en foeders) of gerijpt (Vlaams Rood op reusachtige foeders). Bij deze bieren ontstaat de melkzuurinfectie die een typische zure smaak geeft. Meer gebrande bieren (stouts, porters) doen het vaak goed in whisky- of bourbonvaten en voor een zware, zoete quadrupel lenen ook sherry- of portvaten zich. Bij deze zware bieren zal het bier meestal niet verzuren door het hoge alcoholpercentage.

In de meeste gevallen zal het resulterende bier niet hoog in koolzuur zijn en vaak een typische houtsmaak hebben - bijna altijd is de smaak veel complexer dan het basisbier. Onderhand zijn bijna alle houten vaten vogelvrij verklaard - er wordt bier gelagerd in oude sherry-, rode of witte wijn-, port-, calvados en zelfs aquavitvaten. En inmiddels is de cirkel weer rond - er is tegenwoordig ook al whisky en bourbon uit, jawel, biervaten. Nog even er hoeven nooit meer nieuwe vaten gemaakt te worden.

Voor de hele grote brouwerijen, maar ook voor de hobbyist, is het gebruik van vaten moeilijk door de prijs en het lastige formaat (te klein voor grote hoeveelheden, maar ettelijke malen brouwen voor een thuisbrouwer). Daarvoor is gelukkig een oplossing - het gebruik van houtsnippers. Hoewel het natuurlijk een beetje valsspelen is, doet het resultaat vaak niet onder voor het 'echte' lageren op vat. Het dichtst kom je in de buurt door ook gesnipperde oude vaten te gebruiken, maar ook het zelf 'toasten' van houtsnippers is een leuk experiment. Met de juiste roostertijden en -temperaturen kun je de houtsmaak (zoals vanille of juist meer roostersmaken) vrij nauwkeurig bepalen. Ook kun je bij snippers gemakkelijker een mix van houtsoorten gebruiken.

Afgelopen week proefden we bij de Enschedese bierwinkel Stanislaus Brewskowitch zes verschillende houtgelagerde bieren. Hoewel ik al jaren houtgelagerde bieren drink wist eigenaar Rocco te verrassen met een meer diverse reeks dan ik had verwacht: naast de bekendere Imperial Stouts en quadrupels verschenen ook een strong ale en een tripel, beiden zware blonde bieren. De hele reeks gaf perfect aan hoeveel variatie er met dit thema te vinden is:

  1. Pochpoater Triple Olorosso: de houtlagering heeft ervoor gezorgd dat dit bier vrij droog is voor een triple. Ook is er een fris zuurtje te proeven, en een duidelijk honing-/sinaasappelsmaak. 
  2. Katjelam Graftak Old Ale: in dit bier is duidelijk melkzuur te proeven, iets waar Katjelam niet vies van is. Het maakt het een erg fris, smakelijk bier. De houtsmaak is duidelijk aanwezig. 
  3. Jopen Houten Haarlemmer #4: de bijna klassieke houtcombinatie; een Imperial Russian Stout, in dit geval op ongebruikte houten vaten. Mooie bittere brandsmaak, vanilletonen van het hout. 
  4. Pannepot Old Fishermans Ale 2015: een quadrupel met moutige basis en smaken van gedroogd fruit, mooi afgerond door het rijpen op hout.
  5. Crooked Spider Russian Imperial Barrel Aged Christmas Stout: een lange naam, maar daar hoort de "stout" wat mij betreft niet in - veel te weinig brandsmaken. Een complex zwaar bier dat zonder houtlagering waarschijnlijk te zoet en te saai zou zijn.
  6. Harviestoun Ola Dubh: een imperial porter van 'slechts' 8% - de smaak doet hoger verwachten. Vol, gebrand en duidelijke whisky(turf) in de geur. 
We sloten de avond in stijl af bij Bierencafé de Beiaard, die een unieke set taps heeft voor een aantal zeer speciale bieren van de Palm groep - de platte, spontaan vergiste Lambiek van Boon (vergist op hout) en nu tijdelijk ook een Rodenbach Grand Cru, een Vlaams Rood gerijpt op eikenhouten foeders. Deze frisse bieren vormden een mooie afsluiter van een avondje bier-op-hout. Gelukkig hadden we de dag erna geen houten hoofd...






woensdag 5 augustus 2015

La Douce Blonde

Francofiel én bierliefhebber, je zal het maar allebei zijn. Dat betekent op zijn minst schizofrene vakanties, want in Duitsland en Engeland mag je dan fatsoenlijk bier kunnen drinken, je kunt er lang zoeken naar respectievelijk subtiel eten en lekker weer. En kom je het jaar erop weer culinair en klimatologisch bij in de Provence, dan laat je het gerstenat maar beter weer even staan.



De traditionele Franse bierscene lijkt beperkt tot drie regio's die zichzelf nauwelijks Frans achten. Allereerst is er Normandïe/Bretagne, waar een enkele verdwaalde Angelsaks vaak niet onverdienstelijke real ales aan de man brengt. Dan vinden we bij de Noord-Franse grens (van Nord-Pas-de-Calais tot aan de Franse Ardennen) de bières de gardes en saisons. Tot slot is er natuurlijk de Elzas, het reserve-Duitsland van Frankrijk, waar niet alleen de industriele 'pilsnèrs' van Kro' en '33 vandaan komen maar waar ook kleine brouwerijtjes tussen de wijnranken te vinden zijn. 

Dit jaar togen we vanwege de weersomstandigheden direct richting het zuiden van Frankrijk, de Lubéron om precies te zijn. Een heerlijke streek met prima wijn, lekker weer en heerlijk eten. En tot mijn niet geringe verbazing - ook met een micro-brasserie, een biologische zelfs. Dat ze die de, voor Hollandse bezoekers, wat ongelukkige naam "BAL"  hadden gegeven is ze vergeven - ondanks de enorme meute aan medelanders zullen de Fransen per slot van rekening eerder rekening houden met Vietnamezen dan met 'les plaques jaunes', en het was nu eenmaal de afkorting van de Brasserie Artisanale du Lubéron.

Op een kleine marché artisanale dronken we, en niet eens als enigen, tussen de wijnboeren en de geitenkaasjes een flesje 'brune' en de onvermijdelijke 'blonde'. Die laatste was matig, maar de brune - die had zowaar de smaak van gebrande mout! Het leek warempel wat van een stout weg te hebben. Iets te zoet voor mijn smaak, dat dan weer wel. Een paar dagen later dronken we, echt waar, een IPA. Ook van BAL. Met houblon. Niet heel veel, en ook niet té bitter, maar toch, onmiskenbaar, hop.

Daarmee hebben we de bierhoogtepuntjes van de vakantie helaas wel gehad. De brune en de IPA van BAL heb ik niet meer gezien, wel hun 'normale' gamma - een iets te zoete blonde (met lokale, bio kruidnagel), een nietszeggende ambrée en een blanche. En ondanks dat we er niet écht naar op zoek zijn geweest dit jaar, en ondanks dat er heus wat pareltjes te vinden zullen zijn, kun je bij het onverwachts aantreffen van ambachtelijk bier in Frankrijk rekenen op het volgende:
  • Een blonde (iets te zoet, iets te weinig hop en met 6-7% alcohol).
  • Een 'regionale' met een streekproduct erin verwerkt. Als je gelukt hebt proef je dat niet terug, want de keuze is soms wat ongelukkig; linzen uit Puy, rijst uit de Camarque of bessen uit de Bourgogne. De poulet de Bresse, of jambon de Bayonnne heb ik nog niet gezien, maar die is er vast ook. 
  • Een aantal niet-tegen-de-borst-stotende, weinig indrukwekkende rousse, ambrée of blanche bieren.
Een geuze, een faro en nog wat rommel (respectievelijk zoet-zuur, zoet-zoet-zuur en zoet) uit de Super U later had ik het wel weer gezien, en verder heb ik het maar bij de pastis en rosé gehouden. En dan is het toch weer een voordeel dat ik wél bierliefhebber, maar géén wijnhater ben!

dinsdag 14 april 2015

Saisongehoord

Saison is hot, hip en happening. Vergeet de IPA, de porter en de göse, dit voorjaar is saison al wat de klok slaat. En die klok hangt óók in de Martinikerk tijdens het Gronings Bierfestival. Een saisonwedstrijd, een speciaal voor het festival gebrouwen saison 'Olle Grieze' en vrijwel geen brouwer zónder saison, er was geen saisontkomen aan (geen zorgen, dit was het laatste saisonwoordgrapje).

Geen strak georganiseerde stand, maar uitstekend bier


Is die ruime vertegenwoordiging een straf? Welnee. Een saison bevat in de regel niet (te)veel alcohol, maar is ver uitvergist en dus lekker droog. Het ontbreken van een flinke dosis hop wordt goedgemaakt door uitgesproken smaken die bij de vergisting zijn ontstaan; fruitgeuren en -smaken en een boel kruidigheid. Ook mag de kruidenkast zelf van het slot, al kwamen we op het festival gelukkig geen Saison-de-Pipaix-achtige anijsbommen tegen.

Wat dan wel? Nou, de eerdergenoemde 'Olle Grieze' bijvoorbeeld. Een veel te hoppig bier om een festival mee te beginnen, maar dat is toch precies wat we deden. De aanblik van Ramses met zijn tapsysteem waar het bier door verse hop of andere ingrediënten wordt gepompt is namelijk veel te aantrekkelijk om aan voorbij te lopen. Dit jaar werd het langs aardbeien, hop met hout en gagel geleid, wij kozen voor de laatste twee. Het resulterende bier was erg indrukwekkend maar wel buitengewoon bitter, voor een saison eigenlijk gewoon té.

Bij Oedipus dronken we later een saison met Szechuanpeper en limoengras, een absoluut topbier met ingrediënten waar ze in België of Noord-Frankrijk niet snel mee aan zouden komen, maar die prima in het bier passen. Fusion op zijn best. Buurman de Molen schonk ook een verdienstelijke saison "White Witch", waar de hoppige huisstijl direct in te herkennen viel.

Op zoek naar wild vergiste zure bieren (zwaar ondervertegenwoordigd naar onze smaak) kwamen we terecht bij Biir.We dronken er een prima Lambic, maar ook de saison mocht er zijn. We waren zeker niet de enigen daar zo over dachten, getuige de eerste prijs die in onze aanwezigheid op de koelkast werd geplaatst.

Gunther Bensch van Biir

Ondertussen waren we eigenlijk toe aan het proeven van wat zwaardere bieren, maar de saison van Maximus loop je, zeker van tap, niet voorbij. Een degelijke saison, lekker dorstlessend en één van mijn favorieten van deze brouwer. Tot slot namen we bij Mommeriete onze laatste saison, maar daarmee was het feestje ook afgelopen - eigenlijk vonden wij dit het enige onsmakelijke bier van de middag. Een lijmachtig, medicinaal smaakje kwam sterk naar voren in de geur en smaak. Dat zijn we zeker niet gewend van de brouwerij uit Gramsbergen, die over het algemeen juist keurige en gebalanceerde bieren maakt.

Samenvattend ben ik best tevreden met de saisonhype. Ook als hij is overgewaaid zal het toch één van mijn favoriete bierstijlen blijven, en met een beetje geluk vervangt hij de stoffige en nietzeggende 'blonde' variant van veel brouwerijen. Zelf doe ik ook lustig mee - ik heb een Farmhouse IPA (een hoppig bier vergist met saisongist), een saison met verveine, een 'normale' saison en zelf een deel met granaatappel gemaakt.

En dat is misschien wel het leukste van dit type; een losjes gedefinieerde stijl die uitnodigt om mee te spelen. En dan meestal nog lekker is ook...

dinsdag 17 maart 2015

Vloeibaar zilver

Bier is in heel wat kleuren beschikbaar, van lichtgeel tot pikzwart, maar zilver bier zit daar niet tussen. Dat Jeriël van der Land en Almer Meerhof voor de naam Argentum (Latijn voor “zilver”) hebben gekozen heeft dan ook alles te maken met de plaats waar de brouwerij is gevestigd – Schoonhoven, van oudsher al bekend als de Zilverstad. In het verleden huisvestte Schoonhoven meerdere brouwerijen die in de loop der tijd zijn gesloten, maar met brouwerij Argentum hopen Jeriël en Almer aan het brouwerij-loze tijdperk een einde te maken.

Almer Meerhof (links) en Jeriël van der Land
Tijdens de opening doet het weer helaas ook mee aan het zilveren thema – de lucht is grijs en het is behoorlijk fris. Gelukkig blijkt dat de opkomst niet in de weg te staan. Almer zou volgens eigen zeggen al tevreden zijn geweest met een vijftigtal bezoekers, maar een veelvoud daarvan bevindt zich in en om de hal op het Schoonhovense bedrijventerrein. Misschien dat de ongezouten meningen op de formuliertjes anders klinken, maar bij de bezoekers klinken positieve geluiden. Ook dragen de aanwezige muziek en uitstekende zelfgemaakte hapjes bij aan de sfeer.

Er zijn, uit fles, vier bieren te proeven – allemaal ter plekke gebrouwen. De eerst geproefde, de Golden Ale, smaakt goed. Bedoeld als 'instapper' naar de wat heftigere types gaat het om een vrij toegankelijk goudkleurig bier waarin toch echt wel hop te proeven is. Het bier smaakt erg jong, het prikkelt nog op de tong, maar dat blijkt te kloppen – het was net voor de opening klaar. Het tweede bier is een IPA, stijltrouw met een mooie frisse citrusgeur en een flinke dosis bitterhop. Ook de rookporter smaakt goed – een vleugje laurier, wat chocola en een vrij subtiele rookgeur die pas echt vrijkomt na wat opwarmen. De afsluiter, een houtgelagerde imperial stout met port, doet wat hij belooft; een geur van koffie en drop, gevolgd door port en rozijntjes. Vol van smaak, vrij zoet maar met een mooie bitter en ietwat ziltige afdronk.
 
Toch nog tijd voor een praatje
Het brouwen gebeurt in twee Braumeister Speidels met een gezamenlijke capaciteit van 70 liter. Uitbreiding naar 120 liter staat voor korte termijn op de planning - nog steeds geen gigantische hoeveelheden, maar het brouwen bij een andere brouwerij is toch nooit overwogen. De brouwers zijn gezamenlijk begonnen met brouwen en hebben dus inmiddels ruim voldoende ervaring opgedaan. Almer roemt daarbij de behulpzaamheid van andere kleine brouwers – via Internet of telefoon zijn die vaak bereid tot het geven van uitgebreide uitleg.

Voor de bezoekers die gedacht hadden direct wat flesjes Argentum in te slaan is er een kleine teleurstelling – er wordt nog geen bier verkocht. De flesjes wachten nog op een etiket, en sommige zelfs op afvullen. Maar, zo verzekert Jeriël, vanaf juni zullen de pakketten met daarin de vier biersoorten worden geleverd. Het wachten is daarbij vooral op de Imperial Stout, die nu eenmaal wat rust nodig heeft. Ook moet er natuurlijk voor voldoende voorraad worden gezorgd.

Voorlopig is het dus nog even wachten, maar dan zullen de bieren via de lokale slijterijen en (later wellicht ook verder in het land) te vinden zijn. Voor wie daarvoor geen geduld heeft is er gelukkig nog wel een optie – brouwerij Argentum is te vinden op het Speciaal Bierfestival in Den Bosch op zondag 3 mei.

Brouwerij Argentum