Posts tonen met het label UK. Alle posts tonen
Posts tonen met het label UK. Alle posts tonen

dinsdag 11 september 2012

Engeland (II)


Vandaag deel twee in de serie "Engeland", waarin ik verslag doe van het culinaire gedeelte van onze reis naar Engeland. Deel één vindt je hier, daarin besprak ik al kort het eten in de pub. Hier volgt meer over dat typische Engelse verschijnsel.



Eerst nog even over dat pubeten. Want zoals gezegd is het dat in een beetje pub prima voor elkaar. Vooral degelijke zaken, zoals pies (ovenschotels met vlees of vis, afgedekt met aardappelpuree of bladerdeeg) en 's middags bijvoorbeeld een goede gevulde ploughman's lunch: vleeswaren of kaas met brood, pickles, een appel en sla.

"Ploughman's "- Lunch voor de veldwerker

Het fenomeen gastropub is helemaal hot; hier komen de chefs terecht die eigenlijk helemaal geen zin hebben in een poepiechique restaurant met de bediening die net zo stijf gestreken is als de tafellakens. Gewoon erg goed eten met vaak een heel sterke link met de regio, maar soms zeker met invloeden van buitenaf:

Heek met chorizo en bonen (Church House Inn, Marldon)

Maar uiteindelijk draait het in een pub natuurlijk vooral om één ding; het bier. Wij bezochten alleen pubs met een mooie bierkeus, en dan vooral pubs die goed scoorden bij de CAMRA - de Campaign for Real Ale. Die organisatie is een beetje vergelijkbaar met onze PINT, maar dit gaat toch meer over het specifieke product "real ale". Zij zien dit als een bier dat hergist op het vat van waaruit het wordt geserveerd, zonder verdere CO2 of stikstoftoevoeging voor de 'prik'. Het bier vraagt dus nog aandacht van de publican, en dat betekent dat je bij een betere pub dus beter bier krijgt.

Een real ale (of cask ale) wordt in de regel in de kelder bewaard en met de hand omhoog gepompt. En ja, dat resulteert dus in een bier dat voor veel Nederlanders als "lauw" en "zonder prik" overkomt. Maar het valt ook echt niet bij alle Britten in de smaak - een stamgast van onze favoriete pub omschreef het biertje dat hij mij aanbod als "like drinking from a puddle". Zelf dronk hij met plezier zijn pint Grolsch - tot aan de rand gevuld, met nauwelijks 3 milimeter schuim, dat dan weer wel.


Als je echter wel gecharmeerd van een real ale dan kun je je hart ophalen. De hogere temperatuur (en die is echt niet lauw te noemen) en het veel lagere koolzuurgehalte maken de smaak veel voller. De bieren zijn in de regel stevig gehopt en en niet te zwaar - het begint al bij een procent of drie en loopt niet vaak verder op dan 5,5%. En dat is maar goed ook, want als man kun je eigenlijk niet anders dan een pint (ongeveer een halve liter) bestellen.

De Crown & Trumpet, Broadway
De pub heeft vaak een stuk of vier cask ales en, afhankelijk van de streek, soms ook nog cider of scrumpy (een zwaardere, zoetere versie met vaak kruiden) aan de pomp. Daarnaast is er meestal een verrassend aantal bekende merken pils. Je zou toch zeggen dat het een fabrieksbierdrinker niet zoveel uitmaakt wat hij drinkt, maar de pub waar wij het meest zijn geweest schonk naast Grolsch ook Carlsberg, Becks en Becks's Vier (4%, 4 graden). En dat zagen we dus vaker - vier tot zes verschillende soorten pils, en geen van alleen Engels. Tot slot biedt de pub vaak óók nog twee of drie Engelse bieren aan die van een grote brouwerij komen, zoals Guinness of Murphy's. Die worden ook koud geschonken.

De bar (Foto: Church House Inn)

Uiteraard hebben wij ons aan de pils en Guinness niet gewaagd - er was immers wel wat lekkerders te drinken! Het viel op dat de verschillende bierstijlen aardig in elkaar overliepen. In de regel waren er vaak milds (zacht, weinig hop, weinig alcohol), bitters (hoppig, blond tot bruin, 3-5%) en pale ales (vaak amberkleurig, meestal ietsje zoeter). Porters of stouts ben ik als real ale niet tegengekomen. Echt zoete bieren kwamen we ook niet tegen.

Het eerste bier dat we dronken was een Adnams' Ghost Ship - een IPA, dus stevig hoppig en lekker bitter. Ook dronken we bieren van de Otter brewery en de Dartmoor Brewery uit Devon, en van Hook Norton uit de Cotswolds. Het "Diamond Gold" bier was speciaal gebrouwen door de Stanway Brewery voor de Jubilee (de koningin was tijdens ons bezoek 60 jaar aan de macht) en beviel ons uitstekend- een fris, citrusachtige hopsmaak.


Het moge dus duidelijk zijn - liefhebbers van het echte werk, de real ale, kunnen hun hart ophalen in Engeland. De bieren hebben nog een echte, eigen identiteit en bovenal - ze zijn elders niet zo lekker te krijgen want op vat komen ze Engeland niet uit. Een verblijf in Engeland is dus alleen al daarom aan te raden, en zo gek is dus het zoekfilter "Close to a pub" niet bij de zoekpagina's voor cottages...

We kunnen uit eigen ervaring de volgende pubs van harte aanraden:

De Abingdom Arms nabij Oxford
Crown & Trumpet, Broadway - een prima pub met prima eten voor gunstige prijzen
Church House Inn, Marldon - een fantastische pub met ontzettend goed eten

Volgende keer meer over Engeland!

zondag 19 augustus 2012

Engeland (I)


Dit jaar hebben wij onze zomervakantie doorgebracht in Engeland - de Cotswolds en Devon om precies te zijn. We konden dit jaar wat minder lang weg, dus kamperen zat er niet echt in. En kamperen doe ik toch niet in Groot-Brittannië, dus konden we mooi daarnaartoe. Ja, de dingen kunnen raar lopen.

Uiteraard trok Engeland vanwege de prachtige groene omgeving en wandelmogelijkheden (Cotswolds) en de mooie kust (Devon), maar ook de Engelse real ales speelden natuurlijk een rol bij de keuze voor dit eiland. Ook zijn de Britten volop bezig met local, bio en vooral lekker eten. Daarom zal ik in de komende tijd af en toe berichten over iets leuks dat we zijn tegen gekomen.

Eerst even wat zaken die niet gerelateerd zijn aan voedsel. Want het is een sympathiek en gastvrij volk, de Britten, maar een beetje vreemd zijn ze wel. Het allereerste waaraan je dat merkt is domweg het verkeer. Je rijdt namelijk de boot af, en (zoals je hopelijk dan al wel weet), je mag linksom de eerste rotonde af. Diverse borden houden je aan de goede kant, dus dat komt allemaal wel goed. Toch gaat het allemaal knap hard over matige wegen - België valt er nog bij mee. Vervolgens passeer je met 70 mijl per uur een bordje "Pedestrian Crossing" - dat zie ik bij de A1 ook niet gauw gebeuren. En dan kom je, langzaamaan nét gewend aan de het Engelse rijden, aan in Hemel Hempstead. En je ziet dit bord:

Je denkt: "Ze bedoelen toch zeker niet...." Maar dat bedoelen ze dus wel: zes rotondes, aan elkaar, in één grote rotonde, met verkeer twee kanten op. Links.


Grotere kaart weergeven

Maar ook dat is natuurlijk te doen, en als je dan aangekomen bent op je bestemming dan is het tijd voor het tweede opvallend Britse - de Pub. Daar komt namelijk de héle gemeenschap samen, van potentieel straattuig tot de lokale adel, en alle mannen aan een pint. En als je er dan toch bent, kun je meteen genieten van de inmiddels ook hier wel bekende pub grub. Zoals bijvoorbeeld "flikkers met melige erwten".


Pardon? Tja, ik kan er ook niets anders van maken, ze heten nu eenmaal 'faggots', en ja, daar grijnst een niet al te volwassen Engelsman ook echt om. Het is fantastisch pub food, historisch verantwoord en velen willen niet weten wat erin verwerkt zit. Het is de frika(n)del, braadworst of paté van het Verenigd Koninkrijk; een bolletje fijn gehakt waarin de slager zijn restjes ingewanden verwerkt.



Het resultaat is een soort gehaktbal met jus met de consistentie van (de vulling van) een blinde vink. De smaak lijkt er ook wat op, maar er zat ook een stevige leversmaak aan. Alles bij elkaar konden we het erg waarderen, zeker met een mooie real ale erbij, en de bijna verplichte 'mushy peas' (kapotgekookte erwten) en dikke, ietwat slappe frieten met azijn.

Volgende keer meer over de Engelse pubs!