maandag 15 juni 2020

Stampen

Als je me vraagt naar typisch Nederlandse gerechten, dan kan ik heus wel wat verzinnen, maar toch kom ik al héél snel op stamppotten uit. Een AGV-tje, en dan, hoe Hollands, door elkaar geprakt. 1 deel groenten, 1 deel aardappel, wat melk, boter, een vleugje nootmuskaat en spekjes of rookworst (of misschien zelfs alletwee).

Brandade de morue de Nîmes - Mout & Peper

Niks slechts over deze stamppotten: stampot boerenkool, zuurkool, andijvie, hete bliksem en zelfs peen-en-ui. Allemaal lekker, en natuurlijk ook nog eens te upgraden met exotische ingrediënten; shoarmavlees in plaats van de spekjes, wat kerrie in de hutspot, natuurlijk piccalilly bij de boerenkool en als je het echt niet meer ziet zitten kun je altijd gehemelteschroeiende stukjes ananas in de zuurkool doen. Ook culinair verantwoorde stamppotjes met raapstelen, schorseneren, pastinaken met gedroogde tomaatjes, truffel, het kan allemaal.

In de ons omringende landen pakken ze het het nog iets anders aan. De Belgen hebben met hun stoemp al een aardige verbetering - meer boter, meer room, kruidiger en met meerdere soorten groente door de aardappel. In Duitsland worden dan juist de aardappelen bij de Grunkohl níet gestampt, maar door de boerenkool geschept. Worst én Kasseler erbij...

Dat is ook meteen wat de choucroute uit de Elzas toch wel een paar treetjes boven onze zuurkool zet: de zuurkool wordt er gestoofd in ganzevet en witte wijn, de krieltjes gaan er ook hier doorheen en bovenal - er komt een overdadige hoeveelheid vleeswaren aan te pas. Worsten, worstjes, gerookt varkensvlees, eventueel nog wat eend... het kan niet op.

Toch was ik nog verbaasd toen ik erachter kwam hoe je een gerecht maakt dat ik al jaren zie maar nog nooit heb geprobeerd - brandade de morue. Ik keek wat filmpjes, las wat recepten, zag ik dat nu goed? Ja hoor, ze doen het gewoon. Een stamppot met half aardappel, half... VIS. Dat kan natuurlijk ook. En het is, uiteraard, nog lekker ook. Al jaren zie ik het in Frankrijk bij de traiteur of supermarkt, maar het sprak me kennelijk nooit aan; Brandade de morue.

Het komt uit Nîmes, vandaar dat ik het recept van een kok uit de stad volgde. Het lijkt een wat winters gerecht, met melk en nootmuskaat, maar kan koud gegeten worden en dat maakt het in warm weer ook aantrekkelijk. Serveer het met een frisse tomatensalade.

Verder kun je het naar wens aanpassen aan je voorkeuren:

  • Voorgerecht: gebruik minder aardappel (1:4), en room ipv melk

  • Winters hoofdgerecht: doe de aardappelpuree onderop, leg de vis daarop, en maak béchamel met een beetje kaas. Giet die erover en serveer dan warm, gegratineerd.

Ingrediënten

Voor 2 personen

  • 200 gram kabeljauw

  • 200 gram aardappel

  • 100 ml melk

  • 50 ml olijfolie

  • 2 tenen knoflook

  • court bouillon

  • zout

  • peper

  • nootmuskaat

Bereiding

Leg de (diepvries)vis in een dikke laag zeezout in de koelkast.

Spoel hem de volgende dag goed af en leg een paar uur in water.

Verhit een pan water met erin knoflook,ui(poeder), laurierblad, prei, wortel en trek er een bouillon van. Voeg geen zout toe!

Pocheer de vis 8-10 minuten en houd apart, laat afkoelen.

Kook de aardappel liefst in de schil gaar in het kookvocht. Kook ook de teentjes knoflook in een paar minuten gaar. Laat alles afkoelen en pureer de aardappel en de knoflook. Meng er in stappen de melk en olijfolie doorheen, en snipper de vis erdoor. Doe er naar smaak gemalen peper en beetje nootmuskaat overheen. Roer alles nog eens goed door en laat opstijven in de koelkast. Serveer met croutons en een tomatensalade.

zondag 31 mei 2020

Patatje met troep

Internet staat vol met kattenplaatjes, porno en geweld, maar gelukkig ook met een eindeloze hoeveelheid video's met inspiratie en advies. Ook (of vooral) over koken. Een aanrader is de Sandwich series, waarin de maker broodjes van over de hele wereld helemaal zelf maakt - het brood(je) en de vulling. Daarvoor moet-ie wel eerst op onderzoek uit, en dat bracht hem bij een, je verzint het niet, Canadese Indiase in New York. Het broodje werd natuurlijk lekker, maar tijdens zijn bezoek kreeg hij ook nog even iets voorgeschoteld wat me meteen aansprak - een van de meest multi-culti fusion gerechten die je kan maken - een desi poutine. Hou je vast, het wordt een reis.

Tikka massala poutine

Die reis begint hoogstwaarschijnlijk in België, waar ze er tot verbazing van John Travolta 'gewoon' net als wij mayonaise op doen. Via (ongetwijfeld) Frankrijk komen de frieten terecht in Canada. Eind jaren '50 bestelt een trucker zijn portie met "cheese curds" erdoor - stukjes hele verse kaas, die qua consistentie tussen mozzarella en halloumi inzitten. Een paar jaar later kwam er ook een flinke scheut jus bij het recept en verscheen de combinatie als "poutine" (troep, bende) op de kaart. Sindsdien is het een populair gerecht in vooral het Franstalige deel van Canada.


Poutine - Afbeelding Camelia.boban

Het andere deel van het recept begint in India en betreft ook een chauffeur - nu een Schotse buschauffeur, althans, volgens één van de theorieën. De beste man zou in de jaren '70 een kip-currygerecht 'te droog' hebben gevonden en stuurde het terug naar de keuken, waar de kok de kip in stukjes sneed, mopperend een blik tomaten-roomsoep opentrok en het geheel verwarmde. Tikka ("stukjes") massala was geboren. De kans is groter dat het gerecht in India of Bangladesh is ontstaan, maar je moet de waarheid nooit in de weg laten staan van een goed verhaal. Zeker is dat de mildere, zachtere smaak het in Engeland beter deed dan veel authentiekere (en stiekem vast veel lekkerdere) Indiase gerechten. 

Ook de tikka massala vond zijn weg naar Canada. Toen een paar jaar geleden Priavanda Chouhan vanuit Montreal naar New York verhuisde, miste ze de gerechten van thuis en begon ze een restaurant. Dat restaurant werd bezocht voor informatie over een "vada pav" broodje, maar er schoof dus ook iets door het beeld wat mij véél meer aansprak: tikka massala poutine. Briljant! Er was geen uitleg bij, maar hoe moeilijk kan het zijn - een tikka massala met misschien iets extra saus, frietjes eronder en we vervangen de cheese curds uiteraard door paneer - hoewel; daar komt nog een laatste uitstap om de hoek kijken. Paneer is prima te vinden, maar ik gebruik vaak Griekse halloumi - dat ligt gewoon bij de Albert Heijn en is erg vergelijkbaar. Gelukkig zijn de groene vlekjes geen oregano maar munt, dus dat past ook prima bij de Indiase smaken.

Het resultaat mocht er zijn - echt erg lekker. Ik ben een groot fan van patat-met-troep; poutine is lekker, maar ook een patatje stoofvlees of patat met 'tacovulling' erover (gehakt, crème fraiche, salsa, quacamole, ui, peper) is geweldig - de afwisseling tussen de krokante frietjes en frisse smaken, zachte saus en liefst een beetje pit. De pittige kerriesaus is perfect bij de frietjes, en de kleine stukjes gebakken halloumi zijn zo 'squeaky' als de cheese curds. De kip is gegrild en lekker kruidig. Volgende keer mag er nog een rode ui in dunne ringetjes door, en dan is er weinig meer te perfectioneren. 

Dit recept is trouwens ook prima vegetarisch te maken door simpelweg de kip niet te maken, en alleen de kerriesaus, paneer en ui over de frites te doen.

Ingrediënten
Voor 3 à 4 personen

Marinade:
  • 400 gram kippendijfilet
  • 150ml yoghurt
  • 3 tenen knoflook, geperst
  • 3 cm gember, geraspt
  • 2 tl garam masala
  • 1 tl kurkuma
  • 1 tl gemalen komijn
  • 1 tl kashmiri peper (of andere chilipeper)
Saus:
  • 20g boter
  • 2 grote uien (gesnipperd)
  • 2 tenen knoflook, geperst
  • 4 cm gember, geraspt
  • 1 tl gemalen komijn
  • 1 tl kurkuma
  • 1 tl gemalen koriander
  • 2 tl garam masala
  • 1 el kashmiripeper (of andere peper, maar kashmiri geeft smaak en kleur). 
  • 400 ml (1 blik) tomatenpassata of gepelde tomaten (gepureerd)
  • 1 tl zout
  • 1 tl suiker
  • 250 ml slagroom
Garnering:
  • 1 rode ui, doormidden en dan in dunne plakjes
  • 200g halloumi in stukjes
  • Handje gesneden koriander.
Friet:
  • 700 gram frites - zelfgemaakt of voorgebakken.

Meng de ingrediënten voor de marinade en marineer de kippendijen erin een uurtje in. 
Fruit uien, knoflook, gember en kruiden tot de uien zacht zijn. Voeg de tomatenpuree toe en laat een kwartiertje pruttelen. Gebruik vervolgens de staafmixer om de saus gladder te maken (dit kun je overslaan als je de saus niet bij frietjes gebruikt). Voeg tot slot de zout, suiker en slagroom toe en verhit, proef of er nog wat peper in moet en houdt de saus warm.
Verwijder de meeste marinade van de kip en grill, bak of rooster de dijen op de barbecue, onder de grill, in de oven of in de pan gaar en mooi krokant goudbruin. Snijd de kip in stukjes
Bak de stukjes halloumi in wat olie tot ze een beetje beginnen te kleuren.
Bereid de friet - bak hem eventueel ietsje krokanter dan normaal. 
Verdeel de frieten, de ui en halloumi over vier borden, schep er de saus over en leg er wat stukjes kip op. Garneer met wat koriander.

Erbij drink je een koude pils, lager of voor bonuspunten een IPA.

zaterdag 9 mei 2020

Bruin of rood?

Vanwege een erg geslaagde hamburger gisteravond zitten wij met een stapel zelfgebakken hamburgerbroodjes. Licht zoetig en uitstekend geschikt voor stevig beleg, zoals een ontbijtbroodje met spek, ei en tomaat. Rare combinatie? Dat valt wel mee. 

Eigengebakken broodje, ei, spek, tomaat. HP sauce (c) @moutenpeper. 
In 2016 bevonden we ons in Engeland. Het ondenkbare was net gebeurd - de Britten hadden, tegen hun eigen verwachting in, ervoor gestemd om de EU te verlaten. Nu, bijna 4 jaar verder, is het nog steeds niet voor elkaar, maar dat is een ander verhaal.

Op 1 juli reden we vanuit het Zuid-Westelijke puntje van Cornwall, en daarmee van heel Engeland, richting Londen. Geen enorme reis, maar we hadden inmiddels al de ervaring dat een beperkte afstand veel meer tijd in beslag neemt dan in bijvoorbeeld Frankrijk of Duitsland. De wegen zijn matig tot slecht, de maximumsnelheid is er één die wij toen nog belachelijk laag vonden (ongeveer 100 km/u, wat een ironie) en er waren op ons traject een paar grote werkzaamheden waar de Duitse Baustellen nog bij verbleekten.

Om bovenstaande redenen waren we vroeg vertrokken, met slechts minimaal ontbijt. De voortgang werd al snel beperkt door de genoemde werkzaamheden, onverwachte files, een bokkende TomTom en een daardoor gekozen prachtige, maar langzame route dwars over Dartmoor. Rond een uur of 11:00 was het dus duidelijk tijd voor pauze. We stopten bij Woody's Diner, een onooglijke keet met diverse aankondigingen van een 'all day breakfast', en dat klonk (en rook) eigenlijk wel aantrekkelijk.
Gezellig. 
Binnen aangekomen bleek het hok gevuld met norse, dikke vrachtwagenchauffeurs en een doorgerookt, uitzonderlijk chagrijnig vrouwtje achter de kassa. Achter haar bevond zich in het keukentje een soort menselijke octopus in een wit hempje (type Onslow) die 5 armen gebruikte om een onwaarschijnlijk grote walmende bakplaat met worstjes, bloedworst, eieren, champignons, bacon en tomaten onder controle te houden. Eén arm bleef zo mooi vrij om te roeren in een grote pan witte bonen in tomatensaus, en zo af en toe een frituurmandje met aardappelwafeltjes leeg te schudden. Kortom - het zag eruit als een uitstekende plek om een Engels ontbijt te bemachtigen. Ook was direct duidelijk waar de Brexit-stemmers (die we tot nu toe niet veel hadden ontmoet) zich kennelijk ophielden. 

Een 'full English' is, zoals bekend, een stevig maal en bevat dus worstjes, bacon, champignons, bloedworst, tomaat (dit alles gebakken op de bakplaat), witte bonen, gebakken aardappelen, toast en ei - naar wens gepocheerd, gekookt, gebakken of in de vorm van een roerei of omelet. In dit soort gelegenheden hoef je natuurlijk niet op een gepocheerd ei te rekenen. Omdat een dergelijke bak eten voor ons veel te heftig leek was ik blij te zien dat je ook kon kiezen voor een 'breakfast bap' (de 'bap' moest ik even opzoeken) - een groot broodje dat tussen een hard en een zacht bolletje in zat, belegd met drie elementen naar keuze uit het full English. Ik kan me niet voorstellen dat er veel mensen zullen gaan voor toast, bonen en aardappel, maar then again, het zijn Engelsen en het hele ontbijt is voor ons al tamelijk onvoorstelbaar.

Dit lijkt erop, maar er ontbreekt teveel om het 'full' te noemen. 
Terwijl ik nadacht over mijn opties was het kennelijk mijn beurt geworden, want toen mijn blik van het bord afdaalde keek ik recht in de furieuze ogen van de vrouw achter de kassa. Het rhythmisch geklik dat ik al even hoorde bleek afkomstig van de pen in haar hand, zwevend boven een notitieblokje. Of ik héél misschien al een beetje een idee had wat ik mogelijk wilde. Nou, jawel: ei, worst, en champignons. "Rood of bruin"? Eh, pardon? Nog wat feller geklik en een duidelijk hoorbare ademhaling. "RED OR BROWN?". Ik was in de categorie "buitenlander" beland en iedereen weet dat die je wel verstaan als je gewoon harder praat. Het geklik hield op, en de achterkant van de pen werd gebruikt om vaag in de richting van de balie achter haar te wijzen, waar de servetjes, mosterd, ketchup en bruine sau.... Ahhhh. "Ketchup of brown sauce". Waar bij de ketchup in elk geval nog de tomaten duidelijk genoeg de smaak veroorzaken is dat bij de brown sauce een stuk moeilijker - het is een hartig, zoet-zure saus waarin Worcestershire sauce een flink rol speelt en die wat minder zoet is dan ketchup. Bruin dus, bruin graag, dank u. Er volgde wat geschreeuw richting de keuken, en na een paar minuten werden er twee papieren pakketjes aangegeven door Onslow, die uiteindelijk toch gewoon maar over twee armen bleek te beschikken.

We aten de baps in de auto die we liever niet te lang alleen lieten, en al helemaal niet als het alternatief een nukkige keet is. Het broodje smaakte uitstekend, maar was wel een uitdagende beleving - het wordt heel snel duidelijk wat er gebeurt als je een hap neemt uit een broodje met een zachte eidooier, bloedhete champignons, vette worstjes en saus. Hoe dan ook, na een smakelijk maal en een kwartiertje poetsen konden we onze weg vervolgen. Op naar Londen, waar we in de avondspits aankwamen. Op vrijdag. We waren blij dat we stevig hadden ontbeten.

Spits in Londen

Hoe maak je zelf een breakfast bap? Dat is niet moeilijk:
  • 2 hamburgerbroodjes, fikse witte broodjes of 'Italiaanse bollen'.
  • 2 eieren
  • 4 vrij dikke plakjes bacon of ontbijtspek
  • 2 grote of een handvol kleine tomaatjes of wat gesneden champignons

Bak de bacon uit in een koekenpan en hou ze apart. Snijd de broodjes en leg ze even met de snijkant in de pan tot ze licht getoast zijn. Maak de tomaten of champignons klaar: bak de champignons of halveer de tomaten en leg ze met de snijkant in de pan, bak ze totdat ze een mooie bruine kleur hebben en warm zijn (let op - ze verbranden snel). Bak tot slot de eieren en bestrooi met peper en zout. Leg 2 plakjes bacon en de champignons of tomaat op het broodje. Leg het ei erop en doe er wat saus (rood of bruin, net wat je wilt) overheen. Neem een hap, zoek de keukenrol en begin opnieuw. 





maandag 13 april 2020

Madeleines I - Bimi

Iedereen die heeft gelezen over Proust's madeleine (of die de film Ratatouille heeft gezien) weet dat een geur of een smaak, en dus zeker een hap eten, je in één klap kunnen brengen naar een geluksmomentje in het verleden. Ik heb dit al heel lang, en herinner me smaken langer dan namen of gezichten. Aangezien we nu eventjes nergens heen gaan (voor lezers uit de toekomst - vanwege Corona / Covid19 worden we gevraagd een tijdje binnen te blijven) leek het me leuk deze momentjes te beschrijven.

We hebben al jaren een groentepakket van de Viermarken, hier even verderop. De laatste weken wordt dat voor de voordeur neergezet, dus trof ik daar afgelopen donderdag onder andere bimi aan. Voor wie het niet kent - bimi is een kruising tussen 'autochtone' broccoli en 'Chinese broccoli' (gai lan), met langere stelen en een meer open structuur. Minder melig en lekker krokant, geschikt om te wokken. Om een onduidelijke reden verkoopt de Albert Heijn het als "aspergebroccoli", terwijl het daarmee weinig te maken lijkt te hebben. Ik vermoed een onderliggend merknaamdispuut maar, eerlijk gezegd, ik wil het allemaal niet weten.

Roerbakken tot beetgaar
Bimi kocht ik voor het eerst, zonder dat ik dat wist, in Slovenië. We stonden in het weinig interessante dorp Pivka (spreek uit "Pjoeka", met als enige claim-to-faim 'de één-na-grootste kippenfabriek van Slovenië. Dan heb je een beeld). We stonden er op de kleinste camping ooit, met een fabelachtig uitzicht. Het land had ons verrast met zijn hartelijke ontvangst, zo ook in Pivka zelf, waar naast de zeer matige SPAR-supermarkt een vreemde combinatie van VVV en biowinkeltje werd gerund door een aantrekkelijke hippie-achtige dame.

Tijdens haar vriendelijke, door matig Engels slecht te volgen, toeristische voorlichting kwam er een vrouwtje aan met een grote zak groente. Ze kreeg betaald en vertrok, en we begrepen dat het om vers geoogste groente uit haar tuin ging: 'een soort broccoli'. Niet mijn favoriet, maar de SPAR was niet om over te juichen dus kochten we een flinke portie, samen met wat knoflook en (maar dat herinner ik me niet) ongetwijfeld wat begeleiding als vlees, kaas en/of aardappelen.

Op de camping bereidden we de maaltijd op het CampingGaz stelletje. Volgens instructie roerbakte ik de groente kort in flink wat olijfolie, knoflook, zout en chilivlokken (dat laatste kan immers nooit kwaad). Ik weet echt niet meer wat we verder aten, maar wel dat het me niet veel kon schelen - wat wás die groente lekker. De smaak van broccoli met de crunch van groene asperges (ah, nóu snap ik de Appie) met knoflook en wat pit. Misschien was het de plek, het feit dat de groente nog geen uur eerder geoogst was of een combinatie daarvan, maar wij smulden.

Het uitzicht vanaf de eettafel

Goed, zoals gezegd, wij aten het daarnet weer, en weer was het super. Zó lekker als in Slovenië? Nee, helaas niet, maar het deed ons er wel aan denken, en dat is ook wat waard. Zaten we weer even in een het zonnetje, alleen, op een microcamping met kilometers uitzicht en een glaasje Slivovka van de gastheer in het vooruitzicht.

Da's ook een goed idee trouwens, een glaasje slivovka. Ik heb ergens misschien nog wel een fles.

dinsdag 29 oktober 2019

Benevelde berekeningen

Als je iemand een zelfgebrouwen bier inschenkt is de vraag al snel "zo, hoeveel alcohol is dat?" En,  wanneer je dat tot achter de komma kunt vertellen, "hoe weet je dat"? Het antwoord op de eerste vraag is meestal lager dan verwacht (maar soms brouw ik ook zware bieren). Het antwoord op de tweede vraag is ook niet zo ingewikkeld, dat leg ik hier uit. Kortom - vandaag een technisch verhaal.

Bovenaan: hydrometer, onderaan refractometer.
We beginnen met het slechte nieuws. Is je bier klaar en wil je weten hoe zwaar het is? Dan ben je waarschijnlijk te laat. Je kunt namelijk maar op één manier* goed bepalen hoeveel alcohol ontstaan is - door te meten, vóór en na vergisting, en dan te rekenen. En wat je meet is het soortelijk gewicht. Bij het brouwen heb je suikerwater gemaakt. De suiker wordt door de gist omgezet in alcohol en koolzuurgas. Suiker is zwaarder dan water, maar alcohol flink lichter, en de koolzuur ontsnapt. Het soortgelijk gewicht zal dus dalen, en uit het verschil bereken je het ontstane percentage alcohol.

Hoe gaat het concreet in zijn werk? Allereerst nog even kort het brouwproces - mout schroten (grof malen), maischen (rond de 67 graden de zetmelen uit de granen oplossen in water en omzetten in suikers), filteren en tot slot koken met hop. De hop filter je eruit en je koelt het eindproduct (dat dan wort heet) af.

Dan is het dus tijd voor dichtheid meten. Daarna de gist erbij, wachten tot het uitvergist is (dat duurt in de regel een week of twee, drie, maar dat hangt van de gist af) en nogmaals meten. Het meten van de dichtheid gebeurt meestal met een simpele hydrometer of een refractometer - zie de uitleg hieronder.

Op basis van de meetresultaten bereken je het alcoholpercentage. De meeste thuisbrouwers zullen afvullen op fles met een beetje suiker om te zorgen voor de koolzuur (en dus prik) - dan komt er nog een beetje alcohol bij, meestal zo'n 0.7%. Tel die op bij je berekende percentage en voilá.

De berekening is als volgt:

(soortelijk gewicht (sg) voor vergisting - sg na vergisting) * 0.131

De hydrometer is nauwkeuriger, maar kost zo'n 200ml vloeistof die daarna meestal wordt weggegooid. Een hydrometer is van glas en dus kwetsbaar, maar ook niet zo duur. Hij is gekalibreerd op één temperatuur (want die is nogal belangrijk bij dichtheid), meestal op 20 graden Celcius. Je neemt dus voldoende vloeistof, laat die afkoelen en kijkt waar de vloeistof op de meter uitkomt. Let op, want de vloeistof kruipt wat op en meestal zit er wat schuim in de weg. Meet je vóór het koken (niet strikt noodzakelijk, maar wel interessant) dan kun je de vloeistof weer teruggooien in de kookketel, maar bij het meten vlak voor het vergisten kun je het maar beter niet terugdoen in verband met gevaar voor infectie.

Hydrometer - de vloeistof kruipt wat op.
De refractometer is minder nauwkeurig maar vereist slechts een druppel en die koelt dus ook vrijwel direct af. Met een pipet neem je een druppel vloeistof, die leg je op de juist plek. Je doet het doorzichtige klepje dicht en kijkt naar een lichtbron (houdt het deel met de druppel horizontaal!). De waarde wordt weergegeven door de grens tussen blauw en wit. Een refractometer moet je kalibreren, en als er eenmaal alcohol in je bier zit kun je hem niet meer zomaar aflezen, maar moet er gerekend worden. Voor de begindichtheid is dat dus geen probleem, maar voor de einddichtheid wel. Voordeel is wel dat het makkelijk is om tijdens het proces de waarden te controleren, want je hebt maar een drupje nodig. Zit je bijvoorbeeld vóór de anderhalf uur koken al op je gewenste dichtheid dan weet je dat je wat water kunt toevoegen, want bij het koken verdampt er aardig wat.

Refractometer - goed tegen het licht houden

De wort voor het bier in dit voorbeeld is nogal zwaar: 1092 g/l. Het wordt dan ook een baltic porter.  Wanneer de gist zijn werk goed doet zal hij uitkomen op een verwachte dichtheid van 1015, met als alcoholpercentage:

(sg voor vergisting - sg na vergisting) * 0.131

(1092-1015) * 0.131 = 10.1%

Het is natuurlijk afwachten of de gist ook echt zover komt - zeker bij hoge percentages stopt het wel eens wat eerder. Dan komt dus de bottelgist er nog bij, waarbij het bier dus uit zou kunnen komen op bijna 11%. Een zware jongen dus.

Tot zover deze uitleg. Zelf gebruik ik al jaren een hydrometer en pas sinds zeer kort een refractometer - je kunt prima brouwen zonder een refractometer, maar het tussendoor extra meten is een leuke bijkomstigheid en tegenwoordig kun je de meters in China bestellen voor een euro of 10.


*) Ja, er zijn meer manieren, maar die zijn omslachtig, onnauwkeurig of gewoon veel te duur