Posts tonen met het label vegetarisch. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vegetarisch. Alle posts tonen

dinsdag 11 augustus 2020

In de bonen

Op één van onze eerste vakanties samen bezochten mijn vriendin en ik een bevriende Franse familie waarmee ik vele zomervakanties heb doorgebracht. Ze zijn dan ook grotendeels verantwoordelijk voor mijn Francofilie en culinaire interesses, en natuurlijk een goede beheersing van de Franse taal, de enige waarmee je met een Fransman kan communiceren. 

Eerst werden we door de ouders gastvrij ontvangen en verwend, en een paar dagen later bezochten we elders in Frankrijk de jongeren die zelf met een stel vrienden aan het kamperen waren. Ze zijn jonger dan wij en waren dus bezig met een typische jong-volwassen kampeervakantie - een groep vrienden, een hoop geleend spul, hangmatten, opblaasbedjes en drank. Behoorlijk veel drank.

Toen wij de camping opreden was het rond het middaguur en de boel was net een beetje aan het ontwaken. Kleine oogjes maar open armen en al snel waren we weer aardig op de hoogte van alles en iedereen. En dan duurt het niet lang voor het belangrijkste onderwerp van elk Frans gesprek ter tafel komt - eten. Er moest geluncht.

En dan komt het grootste verschil met een Nederlandse groep jongeren, want in no-time werden er uit de meegenomen koelkast (die dus niet vol bleek te staan met alleen drank) allerlei lekkere dingen gehaald, slofte één van ons naar de receptie voor paar verse flûtes en als klap op de vuurpijl maakte de jongste van het gezelschap in een handomdraai uit wat overgebleven sperziebonen, tomaat, ui en vinaigrette een heerlijke salade. En dan gaat het, ook bij een groep net-niet-meer-pubers, mét kater, weer de hele maaltijd over eten. Recepten (en de discussie over welke klopt), tips, perfecte adresjes, regionale specialiteiten.




Na nog een wandeling, wat zwemmen en een gezellig middag verlieten we de club weer om terug te reizen naar onze eigen camping (waar gelukkig niet een grote club gezellige maar ongetwijfeld toch wat rumoerige jongeren stond).

Die salade is natuurlijk een klassieker, en het is duidelijk waarom - lekker op een warme dag, met alleen wat brood, met of zonder kater. We eten hem dan ook nog steeds vaak en graag. Belangrijk bij zo'n simpele salade is dat de ingrediënten goed zijn - geen slappe ingevlogen boontjes uit Kenia of waterige sneue tomaten. En een vinaigrette is altijd lekkerder met smaakvolle olie en een lekkere azijn. Je kunt gerust wat dingen toevoegen (dat doe ik ook), zoals witte bonen en avocado, maar eigenlijk is de eenvoud het lekkerst. En hij wordt nooit meer zo lekker als op die zomerdag op een camping in Frankrijk. 

De ingrediënten

Salade aux haricots verts

  • 1 ui, gehalveerd en in dunne plakjes
  • 6 kleine tomaten, in partjes of liever: 2 rijpe coeur-de-boeuftomaten in stukjes
  • 400 gram sperziebonen
  • tijm
  • 1 tl scherpe mosterd
  • 2 tl azijn (sherry- of wijnazijn)
  • 2 a 3 el olie (olijf-, walnoot- andere lekker olie naar keuze)
  • peper, zout

Eventueel één of meer van:

  • een half blikje bonen - witte bonen, flageolets, zwarte-ogen-bonen, linzen, kikkererwten of een mix daarvan, gespoeld en uitgelekt
  • een avocado, in blokjes met wat citroensap erover
  • olijven
  • een ansjovisje in kleine stukjes

Knijp het ergste vocht uit de tomaat. Snijd de puntjes van de bonen, was ze en snij ze in stukjes van een centimeter of 5 maximaal. Kook de boontjes net gaar in zout water en laat goed afkoelen, eerst onder de koude kraan en eventueel nog in de koelkast.

Maak een dressing: meng mosterd en azijn goed, en voeg vervolgens olie tot de een mooie dikke vinaigrette. Voeg peper, zout en tijm toe en eventueel (want lekker) een zeer fijn gehakt teentje knoflook. 

Voeg alle ingrediënten, inclusief de optionele, samen en meng met een deel van de dressing - voeg meer toe indien nodig. 

Wijn erbij zou lastig zijn vanwege de azijn in de dressing, maar een beetje Fransoos lost dat op door er een niet te dure, verre van subtiele huiswijn naast te zetten.




zaterdag 8 april 2017

Shakshouka

Pasen komt eraan, dus het is weer tijd om eieren te eten. Niet dat ik daar een excuus voor nodig heb natuurlijk! Zelf vind ik een gepocheerd ei erg lekker, maar het is me nog nooit gelukt een echt fatsoenlijk exemplaar te produceren. Een flink deel van het eiwit verdwijnt in het water. en het is een raar hoopje ellende dat op mijn stukje toast belandt. Maar er is een oplossing; de eieren pocheren in een saus, die je gewoon ook lekker opeet. Niemand ziet wat er precies van het ei is overgebleven, en je verliest niet je halve ei aan het kookwater. 
Voor dit doel gebruiken we shakshouka, dat je kunt schrijven zoals je wilt. Je zou er ook een piperade van kunnen maken, of pisto, of huevos rancheros, want het lijkt allemaal behoorlijk op elkaar. Maar vandaag dus de Noord-Afrikaanse shakshouka:

Ingrediënten

Voor 4 personen als voorgerecht,  voor 2  personen als hoofdgerecht.
  • Een flinke scheut olijfolie
  • 2 grote uien, grof gesneden
  • 4 teentjes knoflook, fijngehakt
  • 3 puntpaprika's, in stukjes
  • 4 flinke tomaten, in blokjes (zonder steelaanzet, maar met pitjes)
  • 3 theelepels raz-al-hanout
  • 1 eetlepel paprikapoeder, zoet of gerookt
  • 4 eieren
  • 2 eetlepels platte peterselie, fijngehakt

Eventueel:
  • 1 aubergine in kleine blokjes
  • 2 aardappelen in kleine blokjes

Bereiding

Verhit de olijfolie in een diepe pan. Fruit hierin de ui in een paar minuten op middelhoog vuur tot hij goudkleurig is. Voeg de puntpaprika’s toe en bak even op hoog vuur aan. Doe dan de knoflook erbij, bak kort door en voeg de tomaten, paprikapoeder en raz-al-hanout toe. Als je aubergine en/of aardappel wilt toevoegen dan is dit het moment.

Draai het vuur laag en laat alles een minuut of 20 stoven met het deksel op de pan. Roer af en toe en controleer of het vochtig genoeg blijft. Daarna gaat het deksel eraf en laat je het, onder af en toe roeren, inkoken tot een vrij dikke pastasaus. Controleer de gaarheid van de eventueel toegevoegde aardappelen en breng de saus op smaak met zout en peper.

Maak met een lepel vier kuiltjes in de saus (die zullen zich direct weer vullen, maar het gaat om het idee) en laat in elk kuiltje vanaf een flinke hoogte (iets boven de rand van de pan) een ei vallen. Als het goed is blijft het ei redelijk samen, en blijft de dooier heel. Zo niet, dan is het ook lekker. Zet het vuur nu heel laag, doe het deksel op de pan en wacht een vijftal minuten. Controleer of het eiwit gestold is, de dooier mag, als je dat lekker vindt, nog zacht zijn.

Bestrooi het gerecht met de peterselie en serveer met brood en, bijvoorbeeld, kikkererwten met komijn en munt. Schenk er een witbier of Weizen bij, die zal de warme, zachte smaken niet overheersen. Een licht zure Berliner Weisse of Vlaams Rood behoort ook tot de mogelijkheden.

maandag 10 augustus 2015

Mini-update: Geitenkaas-snijbietbroodje

 
Een paar jaar geleden plaatste ik al eens een recept voor spinazie-gehaktbrood, bij ons in de familie een klassieker. Daarop zijn talloze varianten te bedenken, waaronder deze meeneemvriendelijke vegetarische variant, waarmee je ook meteen weer een keer van je zoveelste portie snijbiet-in-je-groentepakket af bent. Maar - spinazie kan ook. De hoeveelheden zijn wat grof ingeschat, want dit recept leent zich prima voor het betere gooi- en smijtwerk, het pas uiteindelijk toch altijd wel weer.

  • 5 lekkere, kleine broodjes (deze volkoren zuurdesembroodjes kwamen van de La Place)
  • Een flinke bos (ca 600 gram) snijbiet
  • 2 tenen knoflook, geperst
  • scheutje olijfolie
  • een flinke hand rozijnen, niet (!) vooraf geweld
  • een flinke hand pijnboompitjes, geroosterd
  • een dikke plak verse geitenkaas (van een rol verse geitenkaas, zo'n 200 gram), in stukjes gesneden
  • wat peper
  • wat zout (niet te veel, afhankelijk van hoe zout de kaas is)
  • 1 theelepel Provençaalse kruiden
Snijd van de snijbiet de stelen af - deze gebruiken we nu niet. Aan het blad mag echt nog wel wat steel zitten. Snijd de bladeren grof en was ze goed, droog ze en snijd ze in repen van een centimeter of twee.

Snijd met het mes schuin naar het midden een rondje in het brood, zodat je er een tolvormig dekseltje uit kunt pakken. Peuter al de broodvulling van het dekseltje en, voorzichtig, uit het broodje.Verzamel dit in een bak en scheur het in kleine stukjes.



Bak in een diepe pan in een scheutje olijfolie de geperste knoflook kort en voeg de snijbiet toe. Blijf roeren tot de snijbiet flink geslonken is, en voeg broodkruim, rozijnen en pijnboompitten toe. Goed roeren en doorverwarmen. Roer er dan de geitenkaas, peper en kruiden doorheen, proef vlot en voeg eventueel nog wat zout toe. Haal het dan snel van het vuur voordat de kaas begint aan te bakken.

Vul met een lepel de uitgeholde broodjes met het (moet ik nog 'pas op, heet!'  zeggen?) warme mengsel. Druk het goed aan, als het goed is past alles, ook al lijkt het misschien niet zo, echt weer in de broodjes. Je kunt nu de broodjes helemaal laten afkoelen en koud eten, direct 30 minuten in de oven (160 graden) zetten om warm te eten of de volgende dag weer opwarmen. Doe ze dan in alufolie en geef ze een uurtje op 160 gevolgd door 10 minuten op 180.



Lekker met eigenlijk elk niet te extreem bier, maar extra lekker met een Orval of saison.

dinsdag 27 augustus 2013

MC2 Burger - tja.

De Vegetarische Slager. Ik ben er nog steeds niet uit. Aan de ene kant heb ik de producten als (juch, modewoord) flexitariër niet zo nodig - het lukt me prima om meestal vleesloos heerlijk te eten, en dan af en toe genieten van kwalitatief goed en verantwoord vlees. En toch blijft het idee me aanspreken. Naast de gelikte marketing (mooie producten en een prima verhaal) zou ik het namelijk helemaal niet erg vinden om ' vlees' te kunnen eten zonder dat daarvoor een dier nodig is.

Om die reden blijf ik het proberen - ik at de 'gehacktbal' en postte al eerder over de spekjes en de kip. Vandaag liep ik tegen de alom bewonderde MC2 Burger aan, bij de Ekoplaza in de vriezer. Nou ja, dat willen we dan wel eens proberen.

Allereerst valt al direct iets op aan de verpakking - de inhoud schuift behoorlijk heen en weer. En ja hoor - de grote doos blijkt 'gevuld' met twee hamburgertjes die wel érg veel ruimte hebben. Scharrelvees, OK, maar scharrel-vegetarische-diepvrieshamburgers? Dat staat natuurlijk haaks op 'Eco-footprintvermindering'.

Ook de instructies konden duidelijker: "bak ze in 3 - 4 minuten per kant bruin" - maar is dat ontdooid of bevroren? Ik deed het met de ontdooide burgers, in een hete pan 4 minuten per kant op laag vuur en het resultaat leek wel te kloppen. Vervolgens deed ik het op een belachelijk klein maar lekker broodje met eigengemaakte gele ketchup, mosterd, ui en sla.

En toen de test - hoe smaakt het. Qua 'vleesbeleving' doen ze me wat denken aan de houdbare hamburgers van Lupack die kennelijk (godzijdank) niet meer in de winkel liggen. Jarenlang namen we ze mee als 'je-weet-maar-nooit'-eten op vakantie, en steevast kwamen ze ongeopend weer terug. Alles lijkt namelijk lekker, in verhouding tot die dingen. (Een soort dwergenbrood dus, voor de Pratchettfans). Qua smaak deed de MC2 Burger het wel een stuk beter - een sappige, vlezige smaak. Gek genoeg leek het er bijna op of er wel vlees in zat - maar dan varkensvlees.

Kortom, is een MC2 burger zo goed als een echte? Nou, hij is lekkerder dan genoemde houdbare burgers, en wat mij betreft minstens even lekker als de meeste hamburgers uit de snackbar. Maar nee, hij is zeker niet vergelijkbaar met een mediumgebakken, écht goede runderhamburger. Sterker nog - zelfs een Quarter Pounder van de McDonalds heeft nu eenmaal een betere vleessmaak. Het lijkt in dat opzicht wat op de gehacktbal - die vond ik ook véél lekkerder dan bijvoorbeeld een pikanto, maar niet zo lekker als een echte goeie bal. Voor zaken waarbij de vleessmaak  niet de hoofdrol speelt (shoarma, kebab) en het niet rosé hoeft te zijn kan de Vegetatische Slager al heel wat neerzetten, maar dit is iets te hoog gegrepen.

(Maar even voor de duidelijkheid - we zaten met plezier te eten, ik kon een een met volle mond gemompelde 'mjam' niet onderdrukken en het is vele, vele malen beter dan eigenlijk alle andere vegetarische vleesvervangers die ik geprobeerd heb. Waarom moet dat zo zout? En waarom moet er in 'Vegetarische Falafel' plotseling soja?!)


woensdag 13 maart 2013

Mini-update: Vegetarische tandoori

"Kip" van de vegetarische slager. Niet slecht, daarover later meer.

Vegetarische tandoori, eien in curry en garam masala bloemkool

Maak voor de marinade Garam Masala, bij voorkeur van ongemalen kruiden die je in een kruidenmolen tot poeder maalt of vijzelt:

  • 2 theelepels komijn
  • 2 theelepels koriander
  • 1 theelepel mosterdzaad
  • 5 kardamonpeulen
  • 1 theelepel kaneel
  • 1 theelepel paprika
  • 8 peperkorrels
  • 4 laurierblaadjes
  • 6 kruidnagels
Vervolgens vijzel je 1 teen knoflook met 1 verse rode peper en 2cm gember tot pasta. Doe hierbij een flinke eetlepel garam masala, 3 eetlepels dikke yoghurt en een scheut citroensap. Doe deze marinade bij één bakje kipstukjes van de Vegetarische Slager (oa bij de Jumbo te koop) en laat een nacht marineren.

Rijg de volgende dag de stukjes aan een stokje, tik de marinade eraf en strooi er een beetje zout en wat paprikapoeder overheen. Leg ze onder de grill tot ze mooi bruin zijn. Draai om, en herhaal. Serveer met een sausje van yoghurt, komkommer, limoen en korander. Daarbij een lekkere groentencurry, witte rijst en naans.

zondag 16 december 2012

Onvoorspeltbaar lekker

Het gebeurt me met regelmaat dat ik iets tegen het lijf loop dat me aanspreekt en dat ik maar gewoon meeneem. Internet weet immers wel raad. Maar soms is dat niet nodig, en kun je zelf wel verzinnen wat je ergens mee moet doen. Zo ook dit keer - ik kwam spelt tegen in de Natuurwinkel, en meteen kwamen er al ideeën. Dus aten we het met dunne plakken venkel, ansjovis en knoflook - erg lekker. Maar deze versie is misschien nog lekkerder en vormt een hoofdmaaltijd: spelt met champignons, cantharellen en pompoen.

In Frankrijk lijkt het erg hip om er een risotto van spelt van te maken, maar ik vind nu juist de bite van die gekookte spelt heeft erg lekker.


Voor 4 personen
  • 200 gram spelt (de voorgekookte variant, die hoeft slechts 10 minuten te koken)
  • 400 gram champignons (grote grijze of kastanje-), in plakken
  • 150 gram cantharellen, schoongemaakt, in stukken
  • 4 portabellos in dikke plakken
  • 250 gram flespompoen, in blokjes
  • 2 ui, gesnipperd
  • 3 tenen knoflook, gesnipperd
  • een paar gedroogde paddestoelen, bijvoorbeeld eekhoorntjesbrood
  • tijm
  • olijfolie
  • boter
  • zout
  • peper
  • een bosje peterselie en selderijblad
  • versgeraspte parmezaanse kaas
  • (eventueel: reepjes pancetta)
Doe de gedroogde paddestoelen in een theeglas en giet er kokend water overheen.
Kook of stoom de pompoenstukjes gaar in ongeveer 10 minuten. Zet ze apart.
Kook de spelt in 10 minuten in gezouten (evt met runderbouillonblokje) gaar, giet af en zet apart.

Blancheer een handje peterselie en selderijblad en doe dit in de blender met wat olijfolie en zout. Draai het tot een dunne pasta, voeg water en olie toe als dat nodig is. Doe dit in een spuitflesje en zet deze in een bakje warm water.

Fruit de ui in olijfolie. Als deze begint te kleuren kunnen de champignons erbij, samen met de knoflook en de uitgeknepen en in stukjes gesneden gewelde paddestoelen. Voeg eventueel ook een klontje boter toe.Bak even op hoog vuur tot de champignons een mooie donkere kleur hebben. Roer de pompoen en spelt er voorzichtig doorheen en breng op smaak.

Bak in een klontje boter en wat olijfolie de pancetta (als je die gebruikt) uit en haal ze er met een schuimspaan uit. Leg ze apart. Bak in het vet de plakken portabello en cantharellen, eventueel in twee porties op hoog vuur in korte tijd net gaar, breng op smaak met peper en (als je geen pancetta hebt gebruikt) wat zout.


Dien op: doe speltmix onderop, verdeel de paddestoelen en spekjes over de borden en garneer met de peterselie-olie. Voeg op het bord naar smaak geraspte oude kaas of parmezaan toe.

Hierbij past vast een rode wijn, maar echt lekker is dit graangerecht nou eenmaal met bier: een Rochefort 6 of 8 smaakt heerlijk zacht en vol.Ook een Val Dieu Grand Cru viel er goed bij in de smaak.







zondag 1 april 2012

Paardenkaas


Iedere keer lagen ze me aan te staren vanuit de vitrine. Rare flespompoenachtige gedrochten met een touw eromheen. Bruin van kleur, dus gewassen of gerookt - het laatste, zo bleek toen ik ernaar vroeg. Het heet Caciocavallo en is Italiaans. De naam ("kaas te paard") zou met de vorm te maken hebben; het ziet eruit alsof ze over een zadel hebben gehangen. Ik weet ook niet of dat ook zo is, je weet het maar nooit met Italianen.

Hoe dan ook, het zou vooral lekker moeten zijn. "Maar wat doe je er dan mee?" Voordat de kaasverkoper met de eeuwige dooddoener "Opeten" kon komen, had een andere klant al geantwoord: "Lekker met raapstelen!". Kijk, daar hebben we wat aan. En raapstelen eet ik altijd weer met zongedroogde tomaatjes en rode ui. Waarom? Om dat het lekker is!



Voor 2 personen (geen enorme porties):
- een flinke bos raapsteeltjes (minstens 8cm diameter), grondig gewassen en grof gesneden
- 400 gram aardappeltjes
- 1 rode ui,
- 6-8 gedroogde tomaatjes
- olijfolie
- Peper en zout naar smaak
- 1 teentje knoflook
- oregano
- een stuk (gerookte) caciocavallo, ca 1/3 of 1/4 (afhankelijk va het formaat).

Schil, was en snij de aardappelen en zet ze op in water met zout. Kook ze gaar.
Snipper ondertussen de rode ui fijn en doe de tomaatjes in een hittebestendig glas met kokend water en een scheutje azijn. Pers of snipper de knoflook.

Als de aardappels gaar zijn, giet ze dan af en doe een flinke scheut olijfolie in de pan. Bak daarin kort de uitjes, knoflook en tomaatjes en voeg de aardappel toe. (Doe het vuur uit!) en stamp tot puree. Roer er de raapsteeltjes doorheen en laat nog heel even doorwarmen met het deksel op de pan.

Snijd de caciocavallo in dobbelsteentjes. Serveer de stamppot in diepe borden en strooi er de caciocavallo  overheen.

Lekker met een lentebok. Aanraders zijn die van Jopen, Emelisse, Leffe en (jaja) zelfs Grolsch


maandag 12 maart 2012

Hummus



Dit stuk is op verzoek geschreven voor de Bruine Bonen Bende, je vindt het dus ook hier: http://www.bruinebonenbende.nl/2012/03/hummus/

Toch gek, als je gevraagd wordt om een stukje voor de Bruinebonenbende te schrijven terwijl die bruine boon nou net je minst geliefde peulvrucht is. En toch, peulvruchten staan bij ons elk week wel een keer of twee op tafel. Vooral linzen (de groene, uit Le Puy), zwarte bonen, flageolets en grote witte bonen zijn niet te versmaden: veelzijdig, smakelijk en gezond. Ook maken ze door hun stevige bite vlees (bijna) overbodig.
Mijn absolute favoriet wordt vooral in het Midden-Oosten gebruikt – de kikkererwt. Daarmee maak je bijvoorbeeld hummus en falafel: allebei verkrijgbaar in hele nare kant-en-klaarvarianten of bij een foezelige eettent. Maar vooral hummus is simpel zelf te maken en dan o zo lekker. Zo lekker dat je zou verwachten dat het véél ongezonder is.

Ik koop kikkererwten bij de toko of Marokkaanse supermarkt, maar liever nog bij de natuurwinkel. Ook koop je hier een pot tahin, sesampasta. Kikkererwten zijn meestal bleek geel van kleur, en al hebben ze vanaf een bepaalde hoek inderdaad wel iets van een kikkerkont is het waarschijnlijker dat de naam afkomstig is van zijn Latijnse benaming: de Cicer arietinum.

Ook in het Midden-Oosten heeft de naam vermoedelijk maar weinig met kikkers te maken: bij mijn vaste stek voor een broodje falafel verdween ooit een kok hikkend van het lachen achter de bar toen ik erover begon. “Nee, er zitten geen kikkers in! Dat groen komt van de peterselie!”

Goed, ter zake. Hummus. Er zijn nogal wat variaties, en hummus is erg vergevingsgezind. Je kunt het warm of koud bereiden en eten, yoghurt toevoegen, harissa, of boter. Korianderblad kan erin, maar ook peterselie. Knoflook is een must, net zoals olijfolie. En hoewel niet iedereen het zomaar lekker vindt, ook de sesampasta hoort er echt bij – als het je te sterk smaakt kun je wat minder gebruiken. Het volgende recept kan dienen als de basis voor je eigen variant:

• 1 theelepel tahin (sesampasta)
• 2 tenen knoflook, geperst
• 3 eetlepels lekkere olijfolie
• het sap van 1 citroen
• 1 blik (400g) kikkererwten
• 1/2 theelepel komijn, liefst even geroosterd en daarna gevijzeld of gemalen
• 1/2 theelepel milde paprikapoeder
• zout
• peper
• een klein handje gehakte verse platte peterselie

Giet de kikkererwten af en spoel ze onder de kraan af (al zijn sommige mensen dol op de smaak van het muffe kookvocht – in veel recepten wordt dat gebruikt in plaats van wat water). Doe vervolgens alles behalve het zout, de peper en de peterselie in de keukenmachine. Laat de messen draaien tot het een gladde puree is, ongeveer met de consistentie van gladde aardappelpuree. Als de puree te dik is, kun je een scheutje water toevoegen. Om hem iets gladder te maken kun je ook nog wat extra olijfolie toevoegen. Proef, en breng op smaak met peper en zout. Meng nog een keer goed door en doe het in een leuk kommetje. Besprenkel met een vleugje paprikapoeder en giet er een dun laagje olijfolie overheen, dan droogt het niet snel uit. Tot slot de peterselie erover.

Dit eet je natuurlijk met een vers (af)gebakken pitabroodje of Turks brood. En andere Mediterrane lekkernijen, zoals baba ganoush (geroosterde aubergine-dip) en tabouleh (couscoussalade met peterselie, tomaat en munt).

Mocht je nu niet zomaar zelf aan het variëren slaan: recepten voor hummus kun je onder diverse namen googelen, want het wordt ook wel als humus, houm(m)ous of zelfs hoem(m)oes geschreven.

zondag 23 oktober 2011

Risotto met flespompoen en weizenbier

Voor 4 personen:
  • 200 gram 3 kleurenrijst (natuurwinkel)
  • 200 gram flespompoen, schoongemaakt of geschild, ontpit en in dobbelsteentjes van 1cm
  • 1 ui, gesnipperd
  • 2 tenen knoflook, fijngehakt
  • 1 spaanse peper, fijngehakt
  • 200ml fris, niet te hoppig bier (bijvoorbeeld Weizen van Maallust)
  • peper
  • zout
  • 30 gram geraspte Parmezaanse kaas
  • groentebouillon
  • peterselie


Fruit de ui, knoflook en peper voeg de pompoen toe. Bak kort en doe daarna de rijst erbij in. Bak deze tot hij lichtjes glazig wordt en voeg daarna het bier toe. Breng het geheel aan het pruttelen en voeg steeds wat groente- of kippenbouillon toe tot de rijst de juiste gaarheid heeft bereikt. Onze rijst had een kooktijd van 40 minuten, dus het duurt wel even (zeker een uur). Tussendoor geen zin om te roeren? Dan kun je wel smokkelen door even wat meer vloeistof in één keer toe te voegen.

Wanneer de rijst gaar is (let op; de 3 kleuren rijst hoor een bite te houden, maar dat zijn de velletjes aan de buitenkant, de binnenkant moet gaar zijn) kun je de parmezaanse kaas toevoegen en de peterselie erdoor doen. De risotto niet te papperig zijn. zich over het bord verspreiden maar niet te snel, en er mag geen vocht uit lopen; als dit alles klopt dan is het prima.

Even doorwarmen en en serveren met nog wat geraspte Parmezaanse kaas, een stuk brood en natuurlijk een biertje. Voor erbij mag het wel een ietsje bitterder, wij gingen voor een Duits Alt bier.

dinsdag 4 oktober 2011

Blote billetjes in het gras - dierendagversie!

Op dierendag geen dieren eten? Logische keus eigenlijk wel. Mooie kans om eens wat uit te proberen - spekjes van de vegetarische slager. Eigenlijk sprak het me niet zo aan, want ik zie mezelf niet als doelgroep: het lijkt me vooral geschikt voor 'echte'  vegetariërs die toch graag weer eens vlees willen eten, en het andere uiterste; verstokte vleeseters die graag vegetarisch willen eten maar zich geen raad weten zonder een bruin gebakken stukje proteïne naast de aardappels en groenten.

Desalniettemin, enthousiast gemaakt door Dieuwertje besloot ik het toch eens te proberen. Ik kocht spekjes (4€ voor 150 gram? Daar kun je ook 'echte' spekjes van kopen, van blije biggen!) Daarnaast grote gehaktballen, die liggen nog in de koeling.

Bron: http://www.devegetarischeslager.nl/


De spekjes zijn krokant gebakken en toegevoegd aan blote billen in het gras. Tijdens het bakken viel me een sterke paprikapoederkleur en -geur op; verder rook het wel een beetje naar spekjes. De spekjes zijn snel krokant en smaken ook los best lekker; het korstje is wel wat te dun en de vulling ietsje te zacht.


Hoe dan ook: ze smaakten uitstekend in het eten, en, net als bij een spekje, verheugde ik me erop er eentje in mijn lepel vol stamppot aan te treffen. Poging 1 was dus een behoorlijk succes!

De blote billetjes in het gras waren even lekker als altijd, en lekker makkelijk;
  • 500 gram snijbonen in dunne reepjes
  • blik grote witte bonen (natuurwinkel)
  • 4 grote aardappelen
  • scheutje room
  • beetje boter
  • peper
  • zout
  • spekjes (of een equivalent!)
 Maak aardappelpuree met de aardappels, boter en room. Kook de snijbonen en verwarm de grote bonen. Bak de spekjes en roer ze met de bonen door de puree. Breng op smaak met peper en, zo nodig, zout.