zondag 19 augustus 2012

Engeland (I)


Dit jaar hebben wij onze zomervakantie doorgebracht in Engeland - de Cotswolds en Devon om precies te zijn. We konden dit jaar wat minder lang weg, dus kamperen zat er niet echt in. En kamperen doe ik toch niet in Groot-Brittannië, dus konden we mooi daarnaartoe. Ja, de dingen kunnen raar lopen.

Uiteraard trok Engeland vanwege de prachtige groene omgeving en wandelmogelijkheden (Cotswolds) en de mooie kust (Devon), maar ook de Engelse real ales speelden natuurlijk een rol bij de keuze voor dit eiland. Ook zijn de Britten volop bezig met local, bio en vooral lekker eten. Daarom zal ik in de komende tijd af en toe berichten over iets leuks dat we zijn tegen gekomen.

Eerst even wat zaken die niet gerelateerd zijn aan voedsel. Want het is een sympathiek en gastvrij volk, de Britten, maar een beetje vreemd zijn ze wel. Het allereerste waaraan je dat merkt is domweg het verkeer. Je rijdt namelijk de boot af, en (zoals je hopelijk dan al wel weet), je mag linksom de eerste rotonde af. Diverse borden houden je aan de goede kant, dus dat komt allemaal wel goed. Toch gaat het allemaal knap hard over matige wegen - België valt er nog bij mee. Vervolgens passeer je met 70 mijl per uur een bordje "Pedestrian Crossing" - dat zie ik bij de A1 ook niet gauw gebeuren. En dan kom je, langzaamaan nét gewend aan de het Engelse rijden, aan in Hemel Hempstead. En je ziet dit bord:

Je denkt: "Ze bedoelen toch zeker niet...." Maar dat bedoelen ze dus wel: zes rotondes, aan elkaar, in één grote rotonde, met verkeer twee kanten op. Links.


Grotere kaart weergeven

Maar ook dat is natuurlijk te doen, en als je dan aangekomen bent op je bestemming dan is het tijd voor het tweede opvallend Britse - de Pub. Daar komt namelijk de héle gemeenschap samen, van potentieel straattuig tot de lokale adel, en alle mannen aan een pint. En als je er dan toch bent, kun je meteen genieten van de inmiddels ook hier wel bekende pub grub. Zoals bijvoorbeeld "flikkers met melige erwten".


Pardon? Tja, ik kan er ook niets anders van maken, ze heten nu eenmaal 'faggots', en ja, daar grijnst een niet al te volwassen Engelsman ook echt om. Het is fantastisch pub food, historisch verantwoord en velen willen niet weten wat erin verwerkt zit. Het is de frika(n)del, braadworst of paté van het Verenigd Koninkrijk; een bolletje fijn gehakt waarin de slager zijn restjes ingewanden verwerkt.



Het resultaat is een soort gehaktbal met jus met de consistentie van (de vulling van) een blinde vink. De smaak lijkt er ook wat op, maar er zat ook een stevige leversmaak aan. Alles bij elkaar konden we het erg waarderen, zeker met een mooie real ale erbij, en de bijna verplichte 'mushy peas' (kapotgekookte erwten) en dikke, ietwat slappe frieten met azijn.

Volgende keer meer over de Engelse pubs!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen